Georgië deel 2

Dinsdag 8 augustus
Rond 7 uur verlaten wij onze overnachtingsplek om de 260 km naar Vardzia te rijden. Een weg met de nodige haarspeldbochten waarin Georgiërs inhaalmanoeuvres uitvoeren die je de adem benemen. Op stukken waar zij makkelijk kunnen passeren blijven ze achter je hangen en bij onoverzichtelijke hairpins gaan ze inhalen.

Vaak gaat het net goed, maar wij zijn ook getuige van ongelukken waarbij de inzittende van de auto’s het ongeluk niet overleefd hebben.
Het verbaast ons niet als het aantal verkeersdoden in Georgië schrikbarend hoog is.

Rijdend langs de meanderende Mtkvari rivier passeren wij het 9de eeuwse fort Chertvisi, om via nauwe canyons met spectaculaire vergezichten uit te komen bij de grottenstad Vardzia.

Vardzia is aanvankelijk in de 12de eeuw als fort gebouwd en later tot klooster omgevormd. In de 13de eeuw leefden hier meer dan 800 monniken en groeide Vardzia uit  tot het belangrijkste religieuze centrum van Zuidwest Georgië. Bij invallen van buitenaf, onder andere door de Mongolen, werd het klooster ook gebruikt als toevluchtsoord voor mensen uit de omringende dorpen. Het had een complex irrigatiesysteem die de terrasvormige landbouwgronden van water voorzag. De ingang van de grottenstad kon men alleen bereiken via goed verborgen tunnels.

Wij parkeren onze campers bij het restaurantje aan de voet van de rotswoningen. We besluiten hier de khinkali te proberen, een Georgische specialiteit: een deegbuideltje gevuld met gekruid gehakt, klaargestoomd in kokend water.

De kwaliteit van dit gerecht is wisselend maar van deze khinkali hebben wij genoten.

Woensdag 9 augustus
Met een busje laten wij ons ’s morgens tot aan het begin van de grotwoningen brengen en klauteren in en langs de grotten omhoog. Het is een giga complex met honderden zalen, ettelijke kerkjes en diverse woningen. Het mooist vonden wij de oude en nog redelijk gave fresco’s van koningin Tamar (een geliefde koningin en heilige die een belangrijke plaats en betekenis heeft in de Georgische geschiedenis) die nu met veel zorg worden gerestaureerd.

Bergafwaarts lopen we terug naar onze overnachtingsplek en hebben medelijden met de mensen die zich zich op het heetst van de dag zwoegend omhoog werken.

De rest van de dag gaat op aan lezen, wassen en werken aan de site. En dat kost de nodige tijd omdat de internetverbindingen soms uitermate traag zijn.

Donderdag 10 augustus
Op weg naar Kasbegi moeten wij een gedeelte van de gisteren afgelegde route terugrijden en dat is bij opkomende zon een cadeau om intens van te genieten.

In Gori stoppen we even om het geboortehuis van Stalin te bezoeken. Een simpele tweekamerwoning die allure moet krijgen doordat Stalin een soort tempel over zijn geboortehuis heeft gezet. Daarachter is een museum met documenten en foto’s uit de kindertijd en jeugd van Stalin.

Wij lopen met gemengde gevoelens door de kamers. We kunnen uiteraard niet lezen wat er staat, maar het is wel duidelijk dat er nergens sprake is van de wandaden die Stalin heeft gepleegd. Het is ook een van de weinige plekken in de wereld waar deze dictator nog met een eigen museum wordt geëerd. Zijn de Georgiërs toch heimelijk een beetje trots op deze beroemde/beruchte landgenoot?

Weer op weg komen wij in de file terecht en zien zwarte rookpluimen voor ons opdoemen. En auto is uit de bocht gevlogen en het ravijn in geschoten. De inzittenden hebben dat zeker niet overleefd.

Via de “military highway”, de enige verbindingsweg tussen Georgië en Rusland, rijden wij door de Hoge Kaukasus langs Zuid Osetië naar het noorden.
Russische militairen zijn in 1799 begonnen met de aanleg van deze weg en het heeft tot 1873 geduurd voordat deze 207 km lange weg klaar was. Een knap staaltje vakmanschap om door deze hoge bergen zo’n weg aan te leggen.
Deze handelsroute wordt voornamelijk gebruikt door oude Russische en vooral Armeense vrachtwagens die als gekken voorbij razen en soms hijgend in je nek hangen.
Echt opschieten kun je op deze route niet, maar hij is zeer bijzonder om te rijden en daar is het ons om te doen.

Net voor de zon ondergaat komen we aan in Kasbegi en stallen onze campers achter een klein restaurantje. Vanaf die plek kijken we omhoog naar een van de pieken van de Hoge Kaukasus, de Kasbek (5047 m) en naar het kerkje dat wij morgen willen bezoeken. Te moe om te koken bestellen wij bij het restaurantje khinkali. Het is niet te eten, Marijke neemt nog een paar happen en moet het de dagen erna bezuren.

Vrijdag 11 augustus
Bijna onbegaanbaar is de weg die wij met enkele 4×4 nemen om de beroemde 14de eeuwse Tsminda Sameba-kerk in Gergeti te bereiken. De weg gaat steil omhoog, is zeer smal en vol diepe gaten. Vanaf een schitterend plateau kijk je op het dorp. Een van de mooist gelegen kerken die wij tot nu toe gezien hebben; en wij hebben er inmiddels al velen gezien.

Een prachtig gebied voor bergbeklimmers, maar ook voor natuurgenieters zoals wij. Met de terreinwagen worden we weer naar onze campers gebracht en besteden de ons resterende tijd aan de voorbereidingen voor onze site.

Zaterdag 12 augustus
Als  we vroeg in de morgen naar buiten kijken zien we de Kasbeg in de opgaande zon oplichten. Wat een majestueus gezicht!

Terugrijdend is de “military highway” heel anders maar even verassend. Sommige stukken doen ons sterk aan het schitterende landschap van Kirgizië denken. Wat een natuurschoon, mits je de vele voorbijrazende vrachtwagens even wegdenkt.

In Mtscheta  bezoeken we nog enkele kerken zoals de Samtawro kerk waar juist bij onze binnenkomst een dienst begint, en de Georgische orthodoxe gezangen ons als muziek in de oren klinken. In de de nabijgelegen kathedraal verdwijnen de fresco’s achter de ruggen van de vele toeristen en wij door de zijingang naar buiten.

      

Om het Shiomgvime klooster te bereiken klimmen we 20 km omhoog door een verlaten landschap, om aan het einde van deze lange weg uit te komen bij een plateau waar tussen de rotsen een kerkje met klooster ligt. Hier komen nauwelijks toeristen. Hoe gelovig moeten mensen wel niet zijn geweest om op deze mooie, maar moeilijke plekken godshuizen te bouwen.
Het klooster wordt nog door enkele monniken bewoond.
Fotograferen is niet toegestaan, maar er is niemand om het te verhinderen. Er hangt een ongekende ingetogen sfeer in het alleroudste kerkje op dit terrein. En het is er stil, erg  stil.

      

We staan weer met beide benen op de grond als we in de Carrefour onze voorraden aanvullen.
Met enige moeite vinden wij in het drukke Tbilisi onze overnachtingsplek op een parkeerplaats op loopafstand van het oude centrum.

Zondag 13 augustus
Tbilisi, de hoofdstad van Georgië, ligt aan de rivier Mtkvari en heeft 1,4 miljoen inwoners. Een grote hectische stad.

Wij beperken ons tot het oude stadsgedeelte van Tbilisi omdat dit ons het meeste boeit en behapbaar is. Door dit gedeelte van de stad trokken  vroeger de oude handelskaravanen op weg naar Azië en Europa. Overal om ons heen zijn restanten uit die tijd terug te vinden.
We bezoeken de oude Armeense kerk, de Sionikathedraal, het historisch museum met mooie maquettes van de oude huizen met houten balkons.

           

We lunchen in een van de kleine straatjes, bezoeken het Meidanplein en de Vredesbrug en zijn dan uitgeteld. De hitte, 38 graden, doet ons vluchten in de Citytour-bus. Een goed alternatief voor een wandeltoer.

We lopen naar onze camper en houden de stad voor gezien. Maar als het donker is wandelen we toch weer even naar de oude stad om de verlichte Vredesbrug te zien die de oude met de nieuwe stad verbindt.

Het valt ons op dat zowel oud als jong veelal in het zwart lopen, op de kleding veel glitter gebruiken en een voorkeur voor rood geverfd haar hebben. Maar ook van hun kerkjes en hun rituelen houden. Hier is het geloof nog levendig en nadrukkelijk aanwezig.

Maandag 14 Augustus
Een feestelijk verjaardagsontbijt zit er voor Marijke niet in, zij beperkt zich tot de imodium en hoopt op betere tijden.
Hetzelfde geldt voor Liesbeth en Theo. In verband met ziekte van haar moeder vliegt Liesbeth naar huis om één en ander voor haar moeder te regelen. Wij hopen allemaal dat zij iets later in de tijd weer aan de reis kan deelnemen.

We willen een klooster 60 km ten noorden van Tbilisi bezoeken maar zijn tijden bezig om door het hectische verkeer en de omleidingen de weg uit Tbilisi naar het klooster te vinden.

Aanvankelijk zoeven we over prachtig asfalt door glooiende heuvels zonder bomen met een enkele zoutvlakte. Het asfalt verdwijnt, de kuilen worden dieper en groter en het verkeer steeds minder. Bij een verlopen hippie-tent kopen wij water. We zien alleen nog enkele terreinwagens.
We moeten nog 10 km rijden voordat wij bij het klooster zijn. De weg is te slecht om verder te rijden en de hele weg moet ook teruggereden worden.

De rest van de groep zit 30 km achter ons. In overleg met Hans en Nancy skippen we het klooster, keren om en onmoeten elkaar bij een nieuw waypoint waar de anderen al zijn. Als wij aankomen wacht ons een warm welkom met een borrel met hapjes voor de verjaardag van Marijke!

Morgen gaan wij de grens over naar Armenië en is onze reis door Georgië al voorbij.