Turkije terug

Zaterdag 20 oktober
We gaan in Reyhanli de grens over. Met behulp van onze Syrische gids zijn we binnen twee uur in Turkije. De Turken laten ons met één blik op het paspoort doorrijden, zij doen niet moeilijk.

Het is verbluffend te constateren dat komend vanaf de Arabische kant Turkije er in onze ogen zo westers uitziet: gedisciplineerde automobilisten, intacte auto’s, afvalcontainers langs de weg en een veel schoner milieu dan in Syrië. Toen we Turkije vanuit Europa binnenkwamen hadden we een heel andere ervaring. Er zijn kennelijk meerdere brillen nodig om een evenwichtig beeld te krijgen.
In een grote de supermarkt in Turkije vullen we onze voedselvoorraad aan. In Syrië is alles kleinschalig en grote winkelketens zijn er, behalve in de grote steden, niet te vinden.
In de buurt van Kiskalezi staan we op een mooie winderige camping aan zee.

De komende dagen zal er 400 km kustweg met bergpassen worden gereden. Bij slecht weer is het een zeer moeilijk traject, aldus Dorus. Vorig jaar zijn twee campers vanwege het slechte zicht en oververmoeidheid van de bestuurders in het ravijn terechtgekomen; gelukkig alleen maar blikschade. Dorus raadt aan het traject in twee dagen te rijden in plaats van één. De consequentie is dat twee dagen verblijf in Kizkalezi naar één dag teruggebracht moet worden. Dit geeft problemen. De reeds gereserveerde bus en het bestelde eten voor de tweede dag Kiskalezi kunnen niet worden geannuleerd.
De groep moet nu kiezen. Een aantal mensen wil, ondanks het goede weer, toch in twee dagen de tocht maken. Zij kiezen ervoor om morgen te vertrekken. Het merendeel blijft en rijdt de route in een dag.

Zondag 21 oktober

Een echte vrije dag. Wat een luxe! We ontbijten met ei, zwemmen, doen de was, en  gaan op zoek naar die ene kakkerlak die we nog niet hebben gevonden en die zich ook nu niet laat zien.
We wandelen naar het vissersdorp Kiskalezi, lunchen heerlijk aan het water, samen met Ank en Kees en Agniet en Ab. We drinken er een goed glas wijn bij en zijn tevreden.

Voor ons liggen bootjes te dobberen. Het lijkt ons wel iets om met zo’n bootje bij onze camper aan land te worden gezet. En dat gebeurt. Jammer dat mijn safaripet in de boot is blijven liggen. Ik was nogal aan dit petje gehecht.

 

             

We brengen de rest van de dag luierend door en laten zelfs die ene kakkerlak met rust.
Om 7 uur staat de bus voor de deur om ons naar een restaurant aan het water te brengen. Heerlijk, er staat weer vis op het menu.

Maandag 22 oktober
Vandaag rijden we de kronkelige kustweg. We staan om vijf uur in het donker op en vertrekken bij het ochtendgloren. Het is prachtig om de zon te zien opkomen waardoor de zee en bergen in een warme gloed glanzen.

We rijden een redelijk goede weg, soms onderbroken door wegwerkzaamheden. Mannen en vrouwen gaan gekleed in wijde broeken waarbij het kruis bijna op de enkels hangt. Het woord drollenvanger komt waarschijnlijk hier vandaan. Vrouwen dragen over hun blouses gebreide wollen vesten en het geheel wordt gecompleteerd met het onvermijdelijke hoofddoekje.
Gebieden met eindeloze kassen worden afgewisseld door grote bananenplantages. Ik wist niet dat Turkije bananen teelt. Ook rijden we vele kilometers door een totaal afgebrand gebied. Het ziet er troosteloos uit.

              

De kuststrook is lelijk. Het is een grote aaneenschakeling van hotels, appartementen en ressorts; nergens meer een pittoresk vissersdorp te zien. Wat een vervuiling van het landschap!
We krijgen onderweg een paar fikse regen- en onweersbuien. Het weer slaat om. Voor ons net iets te vroeg. Rond halfdrie staan we op een drassige camping. De aanhoudende plensbuien doen ons kiezen voor een plekje op het asfalt van het restaurant. Niet ideaal, maar beter dan in het sompige gras.

We eten het slechtste voedsel tot nu toe (gebakken frietjes die de hele dag in de vitrine hebben gelegen en voor gebruik nog even de magnetron in gaan), maar hoeven niet te koken. Het restaurant heeft een 24-uurskeuken; vakantiegangers op weg naar het vliegveld in Antalya maken hier met hun busje een tussenstop.

Dinsdag 23 oktober
De douche op de camping is zo vies dat de babydoekjes weer te voorschijn worden gehaald. We vervolgen de kronkelige weg langs de kust van de Middellandse Zee. Het uitzicht blijft deprimerend. Vakantieflats slingeren zich als een kleurloze eenheidsworst door het landschap.

We buigen af naar Phaselis, een oude Romeinse stad, gelegen aan drie natuurlijke havens. Het is mogelijk om met de auto tot aan het strand te rijden. Er zijn nauwelijks toeristen te bekennen op deze afgelegen opgraving. Wat een imponerende plek! Een oud aquaduct staat nog sierlijk overeind, evenals het amfitheater.

         

         

De oude stad is volkomen in harmonie met het landschap. Wat een verschil met de puinhoop die men er nu van maakt. We dwalen een uur door de ruïnes en kunnen maar moeilijk afscheid nemen.
Na Finike wordt de route mooier, er is meer laagbouw. In Kas stoppen we om boodschappen te doen en te lunchen. Bij een plaatselijk restaurantje zetten we onze auto voor de deur en gaan een visje uitzoeken. De oogjes zien er zo troebel uit en de huid is zo gerimpeld, dat wij denken dat de houdbaarheidsdatum al lang verstreken is. We gaan over op datgene wat in de pannen pruttelt. Op onze vraag aan de ober of hij ook een glas witte wijn heeft, knikt hij bevestigend. Vervolgens stapt hij op zijn scooter, rijdt weg, en laat ons in opperste verbazing achter. Hij komt terug met een in krantenpapier verpakte fles wijn en zet deze triomfantelijk op tafel. Tja, een hele fles is nu ook weer niet onze bedoeling… We doen niet moeilijk, drinken de halve fles leeg en zetten de rest in de koelkast van de auto. De fles wijn is driemaal de prijs van de lunch; de Turkse regering zet een behoorlijke toeslag op alcohol.

Na deze genoeglijke onderbreking gaan we op zoek naar onze strandcamping  Een mooie camping aan zee, maar dan wel met beter weer. De grote campers hebben moeite om niet weg te zakken in de sompige grond.
Als we even een rondje maken om te kijken hoe iedereen het heeft gehad deze dag, horen we het volgende verhaal van Annie en Klaas en Harrie en Hilda. Ze zijn nog enigszins onthutst over hun ervaringen van deze dag. Zij drinken koffie op een parkeerplaats aan de kustweg, zien een auto met een wiel over de afgrond staan, en een man hangend over zijn stuur liggen. Zij denken aanvankelijk aan een dutje. Na de koffie maken zij een rondje om hun camper en zien de man nog steeds in dezelfde houding over het stuur hangen. Als ze daarna nog eens goed kijken zien ze een schotwond in zijn hoofd. Ze houden een passerende Turk aan die hen aanraadt zo snel mogelijk te vertrekken. In allerijl gooien zij hun koffiespullen in de kast en verdwijnen.
Wij zijn  langs dezelfde plek gereden, wilden er ook koffie gaan drinken maar werden weerhouden door de vele militairen, politie en ambulance die er stonden.
Er wordt door ons druk gespeculeerd over wat er heeft plaatsgevonden. Wij houden het op een afrekening in de maffiawereld. We zullen nooit weten of het inderdaad zo is. Dankzij het goede advies van de Turk kunnen Klaas en Annie en Harrie en Hilda hun reis voortzetten. Anders zou waarschijnlijk een dagenlang verhoor hun deel zijn geweest.

Woensdag 24 oktober
We gaan met bus en gids naar Kale (Demre). Hier liggen de ruïnes van de oude stad Myra, vooral bekend om zijn theater en rotsgraven, maar ook als stad waar de heilige Nicolaas ooit bisschop was.
Het amfitheater ziet er gaaf uit. Wij hebben van hieruit een goed uitzicht over het dal.

De gids geeft veel informatie die we in andere bewoordingen al meegekregen hebben bij vorige bezoeken aan theaters. Onze harde schijf raakt vol.
In de streek waar we nu zitten begroeven de Lyciërs (vierde eeuw voor Chr.) hun doden zo hoog mogelijk in de rotsen, of in sarcofagen op de rotsen. Zij geloofden dat het daardoor voor vogeldemonen makkelijker zou zijn het lijk naar de hemel te dragen. Voor hen zelf was het een stuk moeilijker om op grote hoogte deze graven in de rotsen uit te houwen en ook nog aan de buitenkant te versieren.

Myra was als stad belangrijk genoeg om een eigen bisschop te hebben. In de vierde eeuw werd dat de heilige Nicolaas. Hij zorgde ervoor dat arme meisjes bij hun huwelijk konden beschikken over een bruidschat. Hij liet zakjes met munten door het raam of de schoorsteen gooien. Hij had de naam een vrijgevig man te zijn. Als kindervriend werd hij bekend doordat hij drie gedode jongens weer tot leven wekte. Een herbergier had ze in stukken gehakt en gepekeld. Het verhaal vertelt niet of ze voor de maaltijd waren bedoeld.
De heilige Nicolaas werd de beschermer van kinderen en zeelui. In de naar hem genoemde kerk staat de sarcofaag waarin hij begraven zou hebben gelegen voordat zijn lijk in 1087 werd gestolen en naar Bari werd gebracht. Er zijn vele bedevaartgangers die de heilige Nicolaas eren door zijn sarcofaag te kussen.

Na dit bezoek worden we vervolgens bij een klein haventje afgezet waar een bootje op ons wacht.

We gebruiken de lunch aan boord en varen over de verzonken stad Kekova, waar we nauwelijks iets van zien, en gaan aan land bij het eiland Simena (Kaleköy). We klimmen naar boven en komen uit bij een kruisvaarderskasteel.

Van hieruit ontwaren we overal grote Lycische tombes die als kleine huisjes in het landschap staan. De mensen op dit eilandje leven tussen deze ruïnes en proberen hun handwerkproducten aan de toeristen te slijten.

            

Aan het einde van de middag zijn we weer op de camping, voldaan over deze afwisselende dag.

Donderdag 25 oktober
We staan om half zes op. Het wordt steeds later licht. We vinden het heerlijk om met zonsopgang in de auto te stappen. Ook nu, de bergweg langs zee hangt in een diffuus licht en de opkomende zon spreidt een veelheid van warme kleuren over het landschap. Onze dag begint goed.

We rijden van Kas naar Sögüt en via de E87 naar Denitzli. Een mooie route door het binnenland. Het is koud. Auto’s met open laadbakken vervoeren dik ingepakte mensen op weg naar hun werk.
De populieren staan als gele toortsen in het landschap. De eerste herfstkleuren doemen voor ons op. Het heeft geregend en er komt een dichte mist opzetten waardoor we de ons omringende bergen nog vaag kunnen onderscheiden.

Het binnenland van Turkije is nog ongerept. Vrouwen in pofbroek en mannen met laarzen aan en zeis over de schouder lopen naar hun werk. Zijn ze op weg om de rijpe citrusvruchten te oogsten?

 

          

Doordat we overdag onze eigen route uitstippelen en die bezienswaardigheden bezoeken waar we in geïnteresseerd zijn, mits we maar op dezelfde overnachtingsplek uitkomen, lopen de bezichtingen van de groep nogal uiteen. Wij zijn op weg naar Hiërapolis en Pammukale.
De oude Romeinse stad Hiërapolis stond vanwege zijn warmwaterbronnen bekend als kuuroord. Het centrum van de stad was het heilige bad dat toebehoorde aan de tempel van Apollo. Ook nu is het mogelijk om in het antieke bad, gevuld met oude zuilen, te baden. Veel mensen laten zich die kans niet ontnemen.

          

Wij dwalen over het zeer grote terrein van de opgravingen en lopen via het goed gerestaureerde amfitheater door de brede lange hoofdstraat met zuilen naar de Necropolis. Het is de plek waar de doden werden begraven. Er zijn grafheuvels, sarcofagen en tombes als kleine huizen over een groot oppervlak verspreidt. Overal op het terrein is men nog bezig met opgravingen. Opvallend zijn de op het terrein liggende afwateringssystemen: in steen uitgehouwen gleuven voor de kanalisatie van water.

De bloeitijd van Hiërapolis lag tussen 196 en 215.
De op het terrein staande Romeinse badhuizen zijn ingericht als museum. De tentoongestelde sarcofagen en  prachtige beelden zijn zo gerangschikt dat ze in deze omgeving schitterend tot hun recht komen.
Naast Hiërapolis liggen de witte terrassen van Pammukale. In folders en reisgidsen worden de verblindend witte kalkstenen terrassen als een prachtig natuurverschijnsel aangeprezen. Wij waren nogal teleurgesteld toen de plaatjes uit de boeken niet overeenkwamen met wat wij zagen. Het kalksteen was meer grauw dan wit en ook was het minder imponerend dan wij gedacht hadden.

   

Voor de geïnteresseerden: het 35 graden Celsius warme bronwater is sterk kalk- en koolzuurhoudend. De kalk slaat neer en vormt kalkafzetting op de terrassen.
Het is vroeg in de middag als wij op weg gaan naar onze overnachtingsplek. Onze camping ligt vlak bij het dorpje Karahayit. Het is marktdag in het dorp. Dit biedt ons de gelegenheid om de auto aan de kant te zetten en eens rond te kijken. Het is een echte streekmarkt. Hier geen toeristen, wel veel vrouwen uit de omliggende dorpen die met kleine busjes aan de hoofdstraat worden afgezet.

Het is de eerste keer dat wij in de restaurantjes en op de terrassen vele vrouwen met elkaar zien eten en drinken.

         

In dit dorp staat  een winkel met prachtige sierraden. De eigenaar vertelt trots ze zelf te ontwerpen, het is niet moeilijk om in deze zaak mijn verjaardagscadeau van Marijke uit te zoeken. Het wordt een unieke zilveren ketting.
We gaan naar de camping om ons voor te bereiden op morgen. Wij hebben besloten via Efeze te rijden en dan langs de kust naar Bergama. De beschreven route in het reisboek gaat via het binnenland naar Bergama.
In 1974, toen Rob en ik met auto en tentje door Turkije trokken, hebben we ook Efeze bezocht. In mijn herinnering was het een open terrein, niet afgezet en waren wij bijna de enige bezoekers. De lange marmeren straat naar de haven vond ik imponerend. Ik ben benieuwd hoe de opgraving er nu bij ligt.
Er hoeft vanavond alweer niet gekookt te worden. We eten in het restaurant op de camping.

Vrijdag 26 oktober
Onze wekker gaat om half zes af, het is koud buiten. Om tien uur staan we op de parkeerplaats aan de zuidkant van Efeze. Een man biedt ons, namens “de regering”, gratis vervoer met een busje naar de noordkant van de opgraving aan, zodat we niet de lange weg naar onze bus terug hoeven te lopen. Als tegenprestatie moeten we even de leerfabriek bezoeken, we zijn echter niet verplicht iets te kopen. We doen precies wat we moeten doen: we lopen door de winkel, achtervolgd door verkopers, en staan binnen vijf minuten weer buiten. Zo, die bustocht is snel verdiend.

Als we over het terrein lopen begeven wij ons precies tegen de stroom in. We treffen het niet, horden Japanners en Koreanen komen ons tegemoet. Er liggen drie cruiseschepen voor anker…
Efeze was in de oudheid een van de belangrijkste steden in Klein Azië. Het is door de Grieken gesticht (1000 voor Chr.) en door de Romeinen tot bloei gebracht. Veel van de belangrijkste gebouwen stammen uit de Romeinse tijd.
Het meest indrukwekkende gebouw is voor ons de bibliotheek van Celsus, gebouwd (114-117 na Chr.) als monumentale tombe voor de Romeinse senator Celsus Polemaeanus. Het gebouw is in de tiende eeuw door een aardbeving verwoest, in 1904 door Oostenrijkers ontdekt en tussen 1970 en 1978 door Oostenrijkse archeologen gerestaureerd.

Tijdens mijn bezoek in 1974 aan Efeze waren de restauratiewerkzaamheden in volle gang en was dit gedeelte afgesloten voor publiek. Nu staan we vol bewondering te kijken naar de imposante gevel met zuilen, waarachter zich nissen bevinden met beelden van Sofia (wijsheid), Arete (deugd), Ennoia (verstand) en Episteme (kennis).
We lopen langs de tempel van Hadrianus.

 

Tegenover deze tempel zijn duizenden huizen tegen een bergwand gebouwd waarvan er twee zijn opgegraven en nu voor bezoekers toegankelijk zijn gesteld. Het geeft een goed beeld hoe men in de Romeinse tijd leefde en woonde. De huizen waren versierd met fresco’s en vloermozaïeken. Men had warm en koud stromend water, een badkamer en toiletten (wel voor drie personen tegelijk) en voor de winter een heteluchtverwarming. Huizen waar je graag in zou willen wonen.
Deze “hangende huizen” worden tegen weersinvloeden beschermd door een dakconstructie van staal en glas waarbij de Oostenrijkse regering een grote bijdrage leverde.

De marmeren straat is even mooi als 33 jaar geleden, alleen zie je nu door de drommen mensen nog weinig van de straat. En op de grote gemeenschappelijke stadstoiletten waren wij in 1974 de enige bezoekers, terwijl er nu geen toilet te zien was. Bezet door toeristen.
Na uren lopen door deze oude stad komen we uit op het parkeerterrein waar onze auto staat.

 

 

Ons hoofd is vol, toch willen we nog graag naar het kleine museum in Efeze. Het staat vol prachtige beeldjes die door de Oostenrijkers bij de opgravingen uit de huizen op de helling zijn gevonden. In dit museum staat ook het bekende beeld van Artemis van Efeze met de vele borsten (zeg ik). Aanvankelijk dacht men dat het tepels waren, maar het bleken de testes van de voor Artemis geofferde stieren te zijn (zie foto). Wel even iets anders!

 

 

Na ons bezoek aan Efeze rijden we de E87 langs Izmir naar Bergama. We willen nog graag iets van de opgraving in Pergamon zien maar dan moeten we er wel voor half vijf zijn. Het lukt ons om via de zeer smalle bergweg net voor sluitingstijd binnen te komen. We zetten ons tegen een zuil en kijken het mooie dal in.

Het is genoeg voor vandaag. We parkeren onze camper bij Caravan Restaurant Bergama. De bij het restaurant gelegen thermale baden zien er zo groen uitgeslagen uit, dat we bang zijn er viezer uit te komen dan er in te gaan. We hebben geen bad maar gelukkig wel een lopend buffet. We zouden ook niet de puf hebben gehad om zelf iets voor het eten klaar te maken.

Zaterdag 27 oktober
Zeven uur op en acht uur weg. We rijden naar Cannakkale langs velden vol met olijfbomen. Bij Ayvalik zijn zoutpannen en flamingo`s. De laatste zien we niet omdat we niet ver genoeg doorgereden zijn. Jammer dan. We doen onze boodschappen en staan in de rij voor de pont over de Dardanellen.

We overnachten bij Kum Motel Camping. Een mooie camping met zwembad aan zee. Helaas, het zwembad is leeg en de zee te koud. Bij goed weer is het een mooie plek om langer te staan.

We hebben verse vis en lamskoteletten ingeslagen. De koteletten mogen bij Jannie in de vriezer.
Wij gaan aan het werk voor de site. Marja ondersteunt ons met een glas witte wijn en Hollandse kaas. Uren later genieten we van onze verse zalm en constateren met spijt dat over een week onze gezamenlijke reis er op zit.

Naar verslag van Griekenland naar België