Siberië heen

Donderdag 24 mei
We vertrekken vandaag richting Rubtsovsk. De nacht hebben we  doorgebracht op een onbewaakte parkeerplaats bij een motel, maar wel  in de nabijheid van een politiepost. Kazachstan heeft ons veel geboden: zowel de mensen als de prachtige natuur.
Nu op weg naar een nieuw hoofdstuk: Siberië. Het totale grensgebeuren duurt vijf uur. Met onze zes campers worden wij in een afgesloten loods gedirigeerd. We zijn benieuwd wat er gaat gebeuren. Er komen twee douaniers met een hashhond. Er wordt gevraagd stil te zijn zodat de hond zich kan concentreren. Alle campers krijgen een uitgebreide visitatie en uiteraard is er niets gevonden.
Dan op naar het volgende onderdeel van de grensformaliteiten. Op zich wordt alles correct afgehandeld, het kost alleen veel tijd. Over deze grensovergang komt geen westerse toerist, laat staan een konvooi campers.
En ook hier besteden de douaniers enige tijd aan het “inspecteren” van de campers. Het is toch heerlijk om legitiem nieuwsgierig te kunnen zijn. Na 233 km vinden wij een staanplek bij Pospelikha voorbij Rubtsovsk.

Vrijdag 25 mei
Buiten is het 8 graden en er waait een gure koude wind. Binnen in de auto is het warm en met het vioolconcert van Beethoven op de achtergrond glijden we over een goede weg de Siberische steppen in. Een gebied van 10 miljoen m2. Het is even groot als de Verenigde Staten en Europa (buiten Rusland) samen. Het is de eerste van onze vijftien dagen door Siberië.
En om te wennen direct een politiecontrole. Met grote ernst kijkt men naar de foto’s op onze paspoorten. Oké, we zien er niet als schoonheden uit, maar deze reactie is ook niet erg bemoedigend voor ons. Toch mogen we doorrijden. We verbazen ons over de roetuitstoot van vrachtwagens en personenauto’s, wat een vervuiling. De slechte diesel zal hier wel debet aan zijn.
Na 417 km zijn we toe aan een overnachtingsplek. We zitten in Berdsk aan de rivier de Ob.
Vanaf de weg zien we een watersportcentrum liggen. We hebben geluk, we mogen op het grasveld staan. Het heeft veel geregend de laatste dagen en Lute rijdt zich met zijn camper vast in het gras. Met veel mankracht wordt hij weer vlot getrokken.
Op het terrein van het watersportcentrum is een trouwpartij en dat wordt, weer of geen weer, buiten gevierd met barbecue en véél wodka. Wij worden direct geïnviteerd om aan dit gebeuren deel te nemen.

                  

De wodka moet in een teug opgedronken worden. Dat laatste lukt me niet en met assistentie van Roman, die steeds na mijn eerste slok de rest inneemt, lijkt het alsof ik het tempo van de Russen volg.
Marijke drinkt alleen het eerste glas in een teug leeg en houdt daarna het glas vol. We verbazen ons over hun opnamecapaciteit en ook over die van enkele reisgenoten. De stemming wordt steeds levendiger en de decibellen steeds groter. Wij haken af, het feest gaat tot ver na drie uur door. 

Zaterdag 26 mei
We blijven vandaag nog op deze plek, doen een wasje en maken de auto schoon. Om 2 uur is er een boottocht op de rivier de Ob. De regen valt met bakken uit de lucht en wij vinden het Siberisch koud.

Schoongespoeld komen we terug. Daarna kleden we ons warm aan voor de barbecue bij 11 graden. We zullen weten dat wij in Siberië zitten. En 11 graden is voor de mensen hier al een lekkere temperatuur! 

Zondag 27 mei
De route gaat naar Maminsk, maar daarvoor moeten we eerst de stad Novosibirsk doorkruisen. Wij verliezen de groep in de stad uit het oog doordat wij moeten pinnen. Na vier pogingen hebben we nog geen geld, ondanks dat op de geldautomaten alle logo’s staan. Dan maar proberen de stad uit te komen. We rijden een keer fout, herstellen ons en op de rechte stukken komen we de andere campers weer tegen. Het landschap is vandaag niet spectaculair. De wolkenluchten wel. Er dreigt onweer en de temperatuur komt niet boven de 10 graden.
Het gezoek naar overnachtingsplaatsen kost veel tijd. De procedure is als volgt: We vertrekken ‘s morgens met een waypoint. Op dit punt komen we aan het einde van de dag samen. Een van de begeleiders vertrekt een half uur eerder om te kijken of er in de buurt van het verzamelpunt een overnachtingsplek te vinden is. Wij blijven wachten. Het kan soms uren duren, soms gaat het snel.
Ook gebeurt het vaak dat wij vanaf het punt samen op zoek gaan naar een plek. Het vervelende van deze gang van zaken is dat je onderweg niet teveel zijpaden kunt bewandelen, omdat de anderen dan te lang op je moeten wachten. Als het waypoint de campingplek zou zijn, kan ieder binnen komen op het tijdstip dat hij of zij verkiest. Maar deze reis moet nog uitgezet worden. De mensen die volgend jaar naar Mongolië gaan, hebben deze problemen niet. Vandaag is er ver voor het afgesproken waypoint een overnachtingsplek gevonden. Lute rijdt een andere route die ook uitkomt bij dit punt. Dit betekent voor hem, als hij het waypoint van de overnachtingsplek doorkrijgt, dat hij pas drie uur later weer bij de club is. We worden vannacht bewaakt door een Rus in een kogelvrij vest en Kalasnikof. Veiliger kunnen we niet staan. Waarom dit allemaal nodig is, blijft voor ons een raadsel. 

Maandag 28 mei
We zitten nog steeds op de M53, de hoofdweg door Siberië en de weg naar Irkoetsk. Links van ons zien we soms de Trans-Siberische spoorlijn even ons pad kruisen. Tot aan de horizon berkenbomen in zacht lentegroen, afgewisseld door sparren. Als wij met ons tweeën over die eindeloze weg rijden en niemand tegen komen, zijn we blij zo nu en dan een paaltje te zien met het wegnummer. We zitten dus nog steeds goed.
Er is een parkeerplek gevonden vlak voor Krasnojarsk. Temidden van 75 vrachtwagens staan onze Nederlandse campers een beetje klein te wezen. Vanuit de camper hebben we zicht op de reservetank en banden van de vrachtauto’s. Wat een idyllische plek!

           

We eten kleffe rijst, een schnitzel uit de magnetron en een salade met daarbij een glas water, in het chauffeurscafé. Maar we staan veilig. We komen op deze plek de eerste buitenlanders tegen. Een gemotoriseerd Duits echtpaar op huwelijksreis, ze zijn op weg naar Mongolië. 

Dinsdag 29 mei
Het is de bedoeling om vandaag het natuurpark in te trekken. Het is 7 graden en het regent continu. We besluiten om door te rijden. We moeten door Krasnojarsk om op de weg naar Irkoetsk te komen. De bewegwijzering is slecht en we rijden twee keer fout. We stoppen bij een grote supermarkt. Binnen worden we direct opgemerkt door een beveiligingsbeamte, die in goed Engels vraagt of hij ons ergens mee van dienst kan zijn. We willen geld wisselen. Dat kan niet, er is geen pinautomaat. We laten al het heerlijks aan ons voorbij gaan en kopen alleen het allernoodzakelijkste. We aarzelen even bij de Russische amaretto, gelukkig redt de beveiligingsbeamte ons door te zeggen dat het chemische troep bevat. Niet doen dus. Hij vertelt officier te zijn geweest in het rode leger en nu zorg te dragen voor de beveiliging van de supermarkt. Deze man is zeer geïnteresseerd in onze tocht en onze auto. Hij gaat mee naar buiten en bekijkt de routekaart op onze bus. Twee pubers, open en nieuwsgierig, komen ook kijken. Ze vinden het te gek dat wij deze tocht maken. Er komen nooit toeristen in Krasnojarsk en dit buitenkansje laten ze zich niet ontnemen. Ze lopen weg en na 5 minuten zijn ze terug. Nu met een 10 roebel biljet waarop een afbeelding van de plaats Krasnojarsk staat en de handtekening van henzelf. Dit als herinnering aan ons bezoek aan hun stad. We zijn verrast door dit orginele gebaar. Gelukkig hebben wij nog enkele euro’s met de beeltenis van Beatrix in de auto liggen en kunnen wij op deze manier hun aardige geste pareren. We rijden een groot deel van de dag samen met Henny en Ruud, lunchen samen op een mooie plek en hebben voor het eerst het gevoel op vakantie te zijn. Reizen is iets anders. In een dorp kunnen we eindelijk onze roebels pinnen. Als we net in de auto zitten, worden we verrast door een dronken Rus. Hij trekt de deur van onze camper open. Als Marijke de deur weer dicht trekt, probeert hij zijn knie er tussen te zetten. We gebruiken wat krachtige Nederlandse uitdrukkingen, Marijke duwt zijn knie weg en ik geef gas. Vloekend en tierend kijkt hij ons na. Aan het einde van de middag zoeken we vanuit ons verzamelpunt een overnachtingsplaats. En ja, voor de zoveelste keer, een grote omheinde parkeerplaats in Kansk. 

Woensdag 30 mei
Om 9 uur verlaten we onze overnachtingsplek. De rest van de mensen is al vertrokken. Wij hopen vandaag 350 km te rijden. Het regent de hele dag, de goede en vreselijk slechte weg wisselen elkaar af. Het is niet te geloven, maar dit moet de snelweg naar Irkoetsk voorstellen. Er is meer blubber en water dan asfalt.

We komen honderden nieuwe Japanse auto’s tegen. Personenauto’s, vrachtwagens en bussen. De personenauto’s zijn aan de voorkant met papier ingepakt om steenslag e.d. te voorkomen. De Toyota Yaris Verso is in overvloed aanwezig. Bij alle auto’s zit het stuur aan de rechterkant. Het zijn auto’s voor de Japanse markt en voor de Russen goedkoper dan de in Europa gemaakte Japanse auto’s. Dat het stuur aan de rechterkant zit, wordt op de koop toe genomen. Er is in Rusland een overvloed van deze auto’s in omloop. De vele onglukken bij het inhalen zijn grotendeels te wijten aan het rechtszittende stuur. Deze auto’s worden door chauffeurs van Wladiwostock naar Moskou of andere grote steden gereden. Hetzelfde gebeurt met vrachtwagens en bussen. Het schijnt voor de chauffeurs een goede bron van inkomsten te zijn.
Sommige chauffeurs toeteren als zij ons passeren, anderen doen hun raampje omlaag en steken hun duim omhoog. Een en al enthousiasme voor onze onderneming. Een colonne campers op deze slechte weg komt waarschijnlijk nooit voor. We rijden langs de Trans-Siberische spoorlijn en zelfs de machinist hangt uit zijn raam, zwaait en haalt nog eens extra uit met een lang fluitsignaal. Deze ondersteuning kunnen we goed gebruiken.
De regen valt nog steeds met bakken uit de hemel en de modder spat aan alle kanten langs de auto waardoor de weg steeds minder begaanbaar wordt. Jan krijgt als eerste problemen. Hij glijdt met zijn 7 tonner van de weg en hangt schuin in de berm. Een angstig moment. Gelukkig valt de camper niet om. Bertus brengt met zijn wagen Jan weer in de juiste positie. 

Op een slecht stuk weg stoppen alle vrachtwagens. Marijke doet haar klompen aan en gaat in de stromende regen op onderzoek uit. Ze gebaart dat ik alle vrachtwagens moet passeren en dan zie ik wat er aan de hand is. Alle vrachtwagens wachten voor een steile modderhelling. Ook de campers staan daar. Een helling van 12% met diepe moddersporen. De mannen die met hun schuiver de moddermoeten gladstrijken lunchen. Auto’s glibberen en schuiven naar beneden. Een agent staat met zijn enkels in de modder foto’s te maken in plaats van het stijgende en dalende verkeer te scheiden. Aan de kant staat een grote truck die de vrachtwagens naar boven moeten brengen.
De Nissan pick-up en de Toyota landcruiser nemen zonder problemen de helling. Lute en Jannie blijven halverwege de helling steken en moeten door de Toyota naar boven getrokken worden. Ik bekijk die berg, zou het busje op eigen kracht boven kunnen komen? Marijke is al op klompen en met fototoestel de berg op geklommen. Een vrachtwagen begint aan zijn klim naar boven. Ik word er achteraan gestuurd. Halverwege rijdt de vrachtwagenchauffeur zich vast. Hij laat zich zakken, ik moet ook terug. Ik doe een nieuwe poging. In opperste concentratie ga ik in de modder omhoog in de eerste versnelling. Halverwege raak ik vast in de diepe sporen van de vrachtwagens. Laat me zakken en probeer opnieuw om los te komen. De auto heeft het zwaar (en ik ook), hij begint te stinken. Ik ben waarschijnlijk met ingetrapte koppeling naar boven gegaan, bang dat de motor zou afslaan. 

               

Roman, onze tolk en in zijn vrije tijd enthousiast off road rijder, wil graag proberen om de camper de berg op te krijgen. Hij mag van mij. Na vele malen zakken en het uiterste van de motor gevergd te hebben, zijn we boven. Het is toch gelukt. De koppelingsplaat stinkt. Ik hoop dat dit geen conseqenties heeft voor de auto. We zijn wel trots op het busje dat hij toch op eigen kracht de top heeft gehaald. De andere campers worden door Bertus de berg opgetrokken. Na een aantal uren zijn we allemaal boven.
We staan keurig achter elkaar in een rij te wachten (in de auto vanwege de regen) en bij te komen. Marijke en ik willen naar de laatste camper om te vragen hoe hun tocht naar boven is geweest. Marijke gooit de zijdeur dicht en we horen hoe de deuren in het slot klikken…. Verbijsterd kijken we elkaar aan, dit kan niet…. Alles zit dicht, mijn sleutelt bungelt in het contact en de reservesleutel van Marijke zit in het handtasje en dat zien we keurig naast haar stoel liggen. Het Guppie laat uitdagend zien waar we zitten: hartje Siberië. 

We slaken een kreet die we hier niet op papier zullen zetten en houden beraad. Eerst worden alle sleutels van de andere auo’s geprobeerd. Geen geluk. Van George komt het advies om de reservesleutel altijd bij de hand te hebben…. Roman, Jan, Herman en Lute gaan tot actie over. Alles wordt overwogen: ramen eruit wippen, gaatjes boren bij het slot etc. Wij vinden dat als er geboord moet worden dit dan het liefst bij de achterklep moet gebeuren, dat geeft de minste schade. Nu zouden we een Rus met inbrekerskwaliteiten zeer waarderen! We verwensen in deze situatie de degelijkheid van Volkswagen. Er moet een oplossing gevonden worden, we kunnen hier niet blijven staan. Ik heb nog even gedacht de ANWB te bellen vanwege mijn 45 jarig lidmaatschap, een vriendendienst zou op zijn plaats zijn.
Met boor en schroevedraaier wordt het slot van de achterklep geforceerd. De klep gaat omhoog. We halen wat spullen weg en duwen Marijke met ons allen over de achterbank. Zo, die is binnen. Wat zijn we opgelucht en dankbaar dat bovengenoemde mensen, ondanks de stromende regen, ons niet in de steek hebben gelaten. Als ze ons kwijt hadden gewild, was dit wel de ideale plek geweest. De mannen hebben vanavond wel een borrel verdiend. Ons blijft de vraag bezighouden hoe dit kon gebeuren. De enige verklaring die we kunnen bedenken is dat wij het rechterraam hebben geopend om foto’s te maken en per ongeluk op de vergrendelingsknop hebben gedrukt met deze ellende als resultaat.

   

Wat een consternatie, we zijn uitgeput en moe, nat en vies. We vinden een motel bij Alzamay, eten een hapje en proberen te slapen tussen het geluid van ronkende generatoren, die zelfs het discogeluid uit het café overstemmen. 

Donderdag 31 mei
Om 9 uur zijn Marijke en ik startklaar. Het is 4,5 graden, koud maar wel zonnig. Al snel komt de aankondiging: slechte weg van kilometerpaal 1429 tot 1560! Na de ervaringen van gisteren denken we dat wij de slechtste weg gehad hebben. Nee dus. In de breedterichting van de weg diepe gleuven die elkaar zo snel opvolgen dat ieder van ons wel een keer met de onderkant de grond raakt.

Het vraagt van ons opperste concentratie. En hoewel ik op deze stukken weg meestal rijd, kicken we beiden op deze uitdagingen en overleggen we snel hoe we een ingewikkelde kuil het beste kunnen nemen. We vormen een goed team. Hebben beiden zorg voor de auto en genieten van de toeterende reacties van de auto’s die ons passeren en die het geweldig vinden wat we doen. Nog even en we gaan dat zelf ook vinden!! 50 km slechte weg, onze gemiddelde snelheid is 30 km per uur en dit dankzij enige geasfalteerde stukken weg.

Van de natuur hebben we niets gezien. Een blik opzij kan fataal zijn. En deze weg moeten we ook terugrijden, het is de enige verbindingsweg tussen Novosibirsk en Irkoetsk.

We vinden een motel midden in de stad Tulun en verheugen ons op een douche in het hotel. Helaas is Roman onze gids de stad ingegeaan en en is het hotel van buitenaf zonder sleutel niet in te komen. Weg douche en toilet.
Jongetjes uit het dorp komen onze campers bekijken. Soms zijn ze brutaal, soms alleen nieuwsgierig. We zijn nog nauwelijks op deze plek geïnstalleerd of de plaatselijke krant stuurt een journalist om foto’s van ons te maken. Roman wordt geinterviewd over onze reis. Worden we eindelijk eens beroemd, is het in een Siberisch dorpje waar ons in het cyrillisch geschreven reisverhaal als wc papier wordt gebruikt! Roem is zeer betrekkelijk. We eten uit de bus, doen iets aan ons reisverhaal en de foto’s en vallen uitgeteld in bed. We ervaren steeds duidelijker het verschil tussen reizen en vakantie houden.

          

Vrijdag 1 juni
We hebben het koud gehad, het heeft vannacht gevroren. Om half 7 staan wij op en zitten om kwart over 8 klaar om te vertrekken. Voordat we gaan brengen we Jannie een serenade in verband met haar verjaardag. Zij verrast ons met versgebakken bruin brood met kaas.
De temperatuur stijgt tot 5 graden. De taiga’s zijn afwisselend begroeit met berkenbossen, dennenbossen en soms met een combinatie van beiden.
De lente wil nog niet echt doorzetten. Mensen zijn overal druk bezig hun wintervoorraad hout aan te vullen. In de dorpen lopen de oudere vrouwtjes in lange rokken met vest erover heen, wollen kousen en sokken en een hoofddoekje om. De tijd staat hier stil.
Vandaag willen we naar Irkoetsk waar wij twee dagen bij Hotel Irkoetsk zullen staan. We komen rond het spitsuur in de stad aan. Tot nu toe de meest drukke en chaotische stad die ik in mijn leven heb meegemaakt. Mensen rijden bumper aan bumper, vijf rijen dik. Iedereen wurmt zich tussen jou en de andere auto’s in. Geen verkeerslichten en geen agenten die iets regelen. Er hangt een dikke mist van uitlaatgassen. In deze chaos moet je ook nog de andere campers in de gaten houden anders kom je niet op de plaats van bestemming. Daarnaast willen wij onze auto’s deukvrij door de stad loodsen. De inwoners zelf hebben dat streven niet. Uiteindelijk lukt het ons de parkeerplaats van het hotel te bereiken. In de avondzon vieren we met borrel en lekkere hapjes de verjaardag van Jannie. Het hotel heeft een snelle internetverbinding en dat houdt in dat wij aan het werk moeten.

Zaterdag 2 juni
Vanmorgen is een vrije morgen. Buiten regent het en wij nemen onze intrek in de bar van het hotel en maken onze verslagen af zodat we ze straks op internet kunnen zetten.

             

Ook laten we ons beddengoed in het hotel wassen. Wat een luxe. We vragen wat het kost: 130 roebel (4,30 euro). Als we zeggen dat dit wel erg goedkoop lijkt, wordt er opnieuw overlegd en komt de linnenjuffrouw met 260 roebel. Als ‘s avonds onze schone was wordt afgegeven zit er een officiële nota in van 130 roebel. Waarschijnlijk heeft de linnenjuffrouw vandaag een leuk meevallertje.

Om 2 uur maken we met bus en gids een rondtoer door de stad. Het regent en het weer is koud en guur. Waar kennen we dit van …
Irkoetsk is een levendige stad met een intensief cultureel leven. Het telt vele universiteiten en hogescholen en wordt het “Oxford” van Siberië genoemd. Studenten willen graag in deze stad studeren. Na de aanleg van de Trans-Siberische spoorlijn heeft de stad een snelle ontwikkeling doorgemaakt en nu maken alle reizigers op weg naar Mongolië en China een stop in Irkoetsk. Als dank voor zijn bijdrage aan de ontwikkeling van de Trans-Siberische spoorweg heeft tsaar Alexander III een groot standbeeld gekregen aan de rivier Angara. Op onze rondtoer zien we nog opvallend veel oude houten huisjes. Deze hebben de grote stadsbrand van 1879 overleefd toen tweederde van de houten huisjes werd verwoest. Er zijn nog enkele juweeltjes overgebleven. Daarna is de stad in steen opgebouwd.

           

Het weer en onze moeheid maken ons passief op deze rondtoer. Toch hebben we nog diverse kerken en kathedralen gezien. Maar er is niets echt op het netvlies blijven hangen. Zelfs de ijsbreker de Angara is niet meer dan een roestig stuk metaal, waar sommige mensen misschien nog nostalgische gevoelens bij koesteren.
‘s Avonds eten we gezamenlijk in het restaurant van het hotel. We maken met zijn allen de drie laatste flessen droge rode wijn op. De voorraden droge wijn zijn beperkt omdat de Russen meestal halfzoete wijn of wodka drinken. 

Zondag 3 juni
Vandaag een korte rit van 75 km naar Listvyanka, een plaats aan het Baikalmeer. Maar eerst moeten we met z’n allen de stad uit. Een hele onderneming maar het lukt. De zon schijnt en de temperatuur loopt op tot 12 graden. Dat het “warm” is zie je ook aan de mensen. De mannen lopen met ontbloot bovenlijf en hier en daar zie je aan het meer vrouwen in bikini. Wij, daarentegen, lopen in dikke fleeces. Ons hotel kijkt uit op het Baikalmeer en onze campers staan prima op de parkeerplaats van het hotel.

Iedereen is toe aan een vrije dag. Dat wil zeggen: wassen, camper ordenen, verslagen maken etc. We hebben ook electriciteit. Daarvoor wordt een luikje van een lantaarnpaal open gemaakt, enkele draadjes verbonden en afgetapt van de gemeente…..? Het gevolg is wel dat de lantaarnpalen ook overdag moeten blijven branden. We genieten van een dagje niet te hoeven rijden.
Wij maken samen met Hennie en Ruud een wandeling naar Livitsjanka. Het is anderhalf uur lopen en na al het zitten in de auto een verademing. Er is een marktje waar alle soorten gerookte vis uit het Baikalmeer verkocht worden. De meest voorkomende vis is de omul. Vers gerookt en als borrelhapje heerlijk. Ook worden er souvenirs en prullaria gekocht door Russen en de enkele toerist die er komt. 

       

Maandag 4 juni
‘s Middags worden we met een hotelbusje naar het dorp gebracht om van daaruit een boottrip op het Baikalmeer te maken. Het meer is het grootste zoetwaterreservoir op onze aarde. En waarschijnlijk 25 miljoen jaar oud. Het water is kristalhelder, je kunt tot 40 meter diepte kijken. Het nodigt uit tot zwemmen zolang je niet weet dat de temperatuur van het water in hartje zomer tussen de 16 en 18 graden is. In de winter bevriest het meer. De dikte van het ijs varieert van 70 tot 110 cm. Tot nu toe kon men in de meeste winters met de auto over het ijs rijden. De afgelopen jaren vriest het minder hard en is het gevaarlijker. Aan de overkant van het meer zien we de besneeuwde bergtoppen. Een mooi gezicht. De mensen die met de Trans-Siberië Express rijden, zullen genieten van hun tocht langs het meer. We komen steeds meer Nederlandse toeristen tegen die individueel of in groepen deze tocht maken.
Het hotel heeft een snelle internetverbinding en we mailen met campercentrum Amersfoort over onze koppelingsplaat en de vraag hoe ernstig we dit moeten inschatten. We krijgen per omgaande een reactie terug. Niet teveel zorgen maken, de Volkswagen kan wel tegen een stootje. Hebben jullie ook alllemaal zo’n goede garage? Voordat we gaan slapen, staat Lute aan onze camperdeur met een bakje eigengemaakte yoghurt. Nutricia aan huis in hartje Siberië. 

Dinsdag 5 juni
Niet met de Transsiberië Express, maar met onze eigen campers maken wij een tocht langs het Baikalmeer op weg naar Ulan Ude. Daarvoor moeten we terug naar Irkoetsk en proberen de M55 te vinden. Tot onze schrik missen we een bord en belanden midden in de heksenketel van Irkoetsk. Daar gaan we weer, bumper aan bumper, drukken en persen. De enige zekerheid die we hebben is dat we de verkeerde kant opgaan. Het is optrekken en stoppen, steeds 10 cm vooruit. Niet best voor de toch al stinkende koppelingsplaat. Misschien moet er in Ulaan Bataar naar de auto worden gekeken. 

Eindelijk lukt het ons om op de goede weg te komen. Anderen hebben dezelfde problemen gehad om uit de stad te komen. Soms zijn er Russen die voorop rijden en je op deze manier helpen. Op een bergweg staan Leen en Lenie aan de kant, hun Mercedesbus heeft geen trekkracht meer. Ze besluiten terug te rijden naar Irkoetsk omdat daar de beste kansen voor reparatie zijn. Roman, onze tolk, gaat mee. Herman en Tineke besluiten met hen mee terug te rijden ter ondersteuning. Wij moeten tot onze schande bekennen dat wij geen moment aan deze mogelijkheid gedacht hebben. De rest rijdt door naar het afgesproken waypoint. Inmiddels is er ook een smsje van Bertus en Jansje. Zij hebben een gebroken schokbreker onder de caravan en laten die vervangen.

Wij zijn beland op een vrachtwagenparkeerplaats, waar noch Marijke noch ik wilden staan. Het is zo troosteloos. Er moet iets anders te vinden zijn. Gelukkig willen ze ons op deze plaats niet hebben. Twee Russische vrouwen bieden uitkomst. Ze beduiden dat er wel een betere plek te vinden is en rijden ons voor naar een dorp met een prima motel. Klein, maar ommuurd. Naast het motel staat een armoedig huisje. De kinderen die er wonen komen onze campers bekijken. Van Jan krijgen ze een bal en van ons een zakmes. De dag van hun leven. 

Woensdag 6 juni
Het is mooi weer, we blijven hier een dag staan. Dan krijgen we slechte berichten uit Irkoetsk. De camper van Leen en Lenie moet een nieuwe turbo hebben en deze moet uit Duitsland komen. Er zullen zeker vijf dagen mee gemoeid zijn. Als Leen en Lenie zonder auto Mongolië in gaan, is er kans dat ze terug Rusland niet meer in kunnen aangezien in het visum staat dat zij ook een auto bij zich hebben. We zijn allemaal aangeslagen en vragen ons af of we geen belangrijke mensen kunnen benaderen die hier en daar tegen betaling wat stempels willen zetten. George en Wil verwachten teveel problemen bij de grens en willen dat risico niet nemen. Leen en Lenie willen ook hun camper niet achterlaten in de garage.
Kortom, Mongolië gaat voor hen niet door. We vinden het vreselijk maar kunnen niets doen Ieder van ons stuurt een smsje naar hen. Dit had ons ook kunnen gebeuren en wij zouden het vreselijk hebben gevonden. Elfduizend kilometers rijden en dan Mongolië niet in kunnen. We eten ‘s avonds met ons allen in het motel. Niemand voelt zich prettig. 

Donderdag 7 juni
Vandaag gaan wij op zoek naar een bewaakt motel waar we zullen blijven staan om op Herman, Roman en Tineke te wachten. Zij hebben ons laten weten niets meer voor Leen en Lenie te kunnen doen en komen terug uit Irkoetsk. Leen en Lenie blijven in Irkoetsk totdat wij terug zijn uit Mongolië. 

Vrijdag 8 juni
De temperatuur is inmiddels van 8 tot 28 graden opgeklommen. De route door de taiga is schitterend en de vele naaldbomen weerspiegelen in de moerassen.
Bij een verlaten fabriek aan de rand van Sükhbataar staat een motel met een bewaakte parkeerplaats. Aan de eigenaar van het motel wordt het stageld betaald. Marijke en ik gaan ‘s avonds in het motel iets eten. Als we terugkomen is er een hevige woordenwisseling gaande tussen onze leiding en twee vrouwen. De vrouwen zijn vergezeld van een politieagent. Als ik het goed heb begrepen stonden wij op overheidsgrond en dat mag niet. We moeten weg. Het is 10 uur ‘s avonds en niemand wil nu nog verkassern. We betalen nog eens 10 dollar per camper en mogen blijven. Wij waren niet gecharmeerd over de wijze waarop onze begeleiders dit probleem oplosten. Ook anderen hebben dit aan hen duidelijk gemaakt. Na deze consternatie vallen we uiteindelijk toch in slaap.
Morgen gaan we de grens naar Mongolië over en is onze trip door Siberië voorlopig ten einde.

Naar verslag Mongolië deel 1