Albanië deel 1

Zaterdag 10 augustus
De grensovergang bij Sukobin is, met alleen een paspoortcontrole, precies wat wij aantrekkelijk vinden. Gezien de topdrukte rijden wij direct door naar Lake Skodra Resort voor de overnachting. De camping is een verademing: het biedt ruime schaduwplaatsen en heeft een restaurant met een uitstekende kok. Elke avond staan de mensen in de rij om een tafel te bemachtigen. 

Om ons heen staan de nodige overlanders met grote en kleine trucks en … sterke verhalen. Een van de overlanders met blauwe truck komt bij ons buurten, vertelt dat hij door Marokko en nu door Albanië aan het rijden is en nog allerlei plannen heeft. Als hij vraagt wat wij gedaan hebben verwijzen wij hem naar onze landkaart. Kennelijk maakt dat indruk op hem, want enkele dagen later komen twee Nederlandse overlanders tegenover ons staan en vertellen dat zij een man in een blauwe truc ontmoet hebben die het had over twee oudere vrouwen!!! (arme Marijke) die de wereld over reisden. Zij dachten dat wij het wel zouden zijn. Je hoeft dus geen truck te hebben om indruk te maken ….

Zondag 11 t/m dinsdag 13 augustus
In het boek van Paul Wennekes over Albanië staat een prachtige autotocht beschreven door de Kelmendvallei naar Vermosh. Er is echter een kleine maar: de weg is niet geasfalteerd en zeer smal. Bovendien moet ook dezelfde route teruggereden worden. Als wij navraag doen bij de manager van de camping blijkt de weg inmiddels geasfalteerd te zijn. Boffers!

Tot Hani i Hotit is het een brede rode weg, daarna zeer smal en bochtig, maar met schitterende vergezichten. Wij zijn zeer vroeg vertrokken en komen weinig mensen tegen. Het is dunbevolkt, de mensen leven van landbouw en veeteelt en binnenkort ook van het langzaam op gang komende toerisme. Huizen worden opgeknapt en in sommige dorpjes wordt zelfs de bestrating van de stoepen onder handen genomen. Hoe zal het er hier over vijf jaar uitzien? Zal de serene rust dan verdwenen zijn?

Onderweg steken vele bunkers als grote paddestoelen uit de grond. De vroegere dictator van Albanië, Enver Hoxha, liet 700.000 bunkers bouwen die tot doel hadden de Sovjets, Amerikanen, Grieken en Joegoslaven op afstand te houden. Zij hebben hun nut niet bewezen. Het waren verspilde miljoenen die beter aan de zeer arme bevolking van Albanië besteed hadden kunnen worden.


De weg houdt op in Vermosh. In de dorpskroeg drinken we een tonic en starten onze afdaling. Wat een natuur, Albanië op zijn best.

Woensdag 14 augustus, verjaardag van Marijke

Met moeite nemen wij afscheid van het Lake Skoda Resort en staan om half negen boven op de heuvel van het fort van Rozafa. Wij dachten met onze kleine camper wel even naar boven te gaan, maar rijden ons vast in de smalle straatjes. Gelukkig is het nog vroeg en vinden we een plek om te keren. Vervolgens stallen we bij een restaurant onze camper en laten ons met een taxi naar boven brengen. De ligging op het hoogste punt van de stad is sensationeler dan de ruïnes van het fort.

     

Binnen de restanten van de ruïnes heeft men een restaurant ingericht met daarnaast een klein maar met zorg ingericht museum.
Als de busjes met toeristen arriveren hebben wij ons bezoek afgerond en glijden wij op de spekgladde stenen en op onze sandalen bergafwaarts. Dat moet de volgende keer beter ….

In Lezhe scoren wij een Albanees telefoonkaartje en doen boodschappen. Op een kruispunt staan twee politieagenten met een rond bordje van boven naar beneden te wapperen. Het lijkt alsof zij zich koelte toewuiven, maar uiteindelijk is het bedoeld als gebaar om door te rijden. De automobilisten willen wel maar kunnen niet, omdat van vier kanten tegelijk de auto’s zich in beweging zetten. Voor dat probleem heeft de politie geen oplossing. Dus het wordt geven, nemen en douwen.

Uiteindelijk komen wij via een verwaarloosd militair terrein voorbij Shengjin aan het strand terecht. De afdaling is zo steil dat je denkt “Hoe kom ik straks weer boven?”.  De camperplek, Rivierea 2, is klein, heeft voor de campers een rieten overkapping en er staat een simpele container voor douche en toilet. Aan het strand is een restaurantje. Het lijkt ons een prima plek om enkele dagen te verblijven.

Vanwege Marijkes verjaardag gaan wij ’s avonds eten bij hotel restaurant Rhapsodi in Shengjin,  aanbevolen in onze reisgids. De campingbeheerder wil wel als taxichauffeur fungeren, maar probeerde ons eerst over te halen om in zijn strandtent te gaan eten. Een toezegging voor de volgende avond was ook toereikend.
Wij bestellen het 3-gangen verrassingsmenu, de één vlees en de ander vis. Ondertussen arriveren hele families met kinderen en kleinkinderen en gaan aan lange tafels zitten. De sfeer en kleding is zeer informeel. Het enige statige is het schitterende houten plafond. We wanen ons in Italië.
De drie gangen worden door twintig side dishes begeleid en dit alles uitgestald op kleine stenen bordjes die in bepaalde samenstellingen steeds weer een groot rechthoekig bord vormen.

    

Wij hebben meer dan heerlijk gegeten. Al moeten wij eerlijkheidshalve wel zeggen dat de creativiteit van de kok meer in de visgerechten dan in de vleesgerechten tot uiting komt.
En op de afgesproken tijd worden wij weer opgehaald en veilig teruggebracht naar onze camper.

Donderdag 15 en vrijdag 16 augustus
Water voor de deur is met temperaturen van 39 graden een verademing. Wij zwemmen, lezen en luieren en gaan ‘s avonds in de strandtent eten. Marijke een salade en ik scampi’s en mosselen, waarvan Marijke er ook een paar meepikt.
Die nacht lopen wij beiden aan alle kanten leeg. Wij zullen jullie de details besparen maar met een levendige fantasie kom je aardig in de richting. Het is een horror secenario. Wij zijn zo ziek dat we niet kunnen vertrekken. De hele dag verlaten we alleen de camper om naar het toilet te vliegen en zijn te beroerd om thee te zetten. Dit is een voedselinfectie van de hoogste categorie en hoewel wij gek zijn op avontuur waren wij hier niet op toegerust.
Als wij om vijf uur ‘s middags onze camper uitkomen zegt de toezichthouder van de parkeerplek “ook goede morgen, dames!” Wij vertellen hem wat er gebeurd is en dat hij zijn baas daarover moet aanspreken. De baas hebben wij verder niet meer gezien, maar de extra nacht moesten wij wel betalen. Het ontbrak ons aan energie om dit aan te vechten.

Zaterdag 17 augustus
Hoewel wij nog wankel op onze benen staan, rijden wij in Lezhe toch even langs het Mausoleum van Skanderberg.
Skanderberg (1405-1468) wordt beschouwd als de nationale held van Albanië. Als leider van een verbond van Albanese edellieden was hij heel succesvol in de veldslagen tegen de Ottomanen. Wij zullen hem op onze tocht door Albanië nog regelmatig tegenkomen, steeds uitgebeeld als de grote strijder.

    

Hij ligt begraven midden in het stadje in de ruïnes van de oude Sint Nicolaaskerk.
Rond het middaguur komen wij aan bij camping Nordpark in Fushe-Kruje. Prima plek bij hotel met schitterend wedstrijdbad. Met matzes en droogbrood proberen wij onze verstoorde darmen weer op gang te brengen.

Zondag 18 augustus
Omdat wij al hadden gelezen dat de weg naar Kruje stijl omhoog gaat en parkeren moeilijk is, bestellen wij via het hotel een taxi die ons vroeg naar het hoogst haalbare puntje van het kasteel brengt. De taxi’s zijn niet duur en het scheelt ons een heleboel stress. Eenmaal boven is het eerste wat opvalt de prachtige trap en het enigszins pompeuze Skanderberg museum, ontworpen door de dochter en schoonzoon van Enver Hoxha. Door de tentoongestelde beelden en documenten krijgen wij wel een indruk hoe belangrijk Skanderberg voor Albanië geweest is en nog is.

Na de koffie worden wij met de taxi weer terug naar onze hotel-camping gebracht. Uitgeblust duiken wij het water in en laten ‘s avonds een pizza bij onze camper bezorgen.

Maandag 19 augustus
Als wij om 7.15 uur op weg gaan van Fushe-Kruje naar Fier om het klooster Ardenica te bezoeken, is het al 18 graden. De parkeerplaats is nog leeg en wij zijn de enige bezoekers op een doofstomme man na die zich op de toegangsweg posteert met een nu nog leeg mandje. Een verstilde omgeving waar verweerde olijfbomen, de krekels en het klooster uit 1282 harmonisch bij elkaar horen. Een oude monnik met een gieter complementeert het plaatje. Wat een plek. Dit soort momenten koesteren wij.

Dit klooster was in de loop van de eeuwen een belangrijk cultureel historisch en spiritueel centrum van de orthodoxe kerk. Het klooster is gewijd aan de heilige Theotokos. Skanderbeg is in dit klooster is getrouwd, een plaquette herinnert aan deze gebeurtenis.


De muren van het kerkje (1743) zijn bedekt met prachtige fresco’s en de iconostase en preekstoel zijn schitterend bewerkt. Er mogen echter geen foto’s gemaakt worden en de bewaker blijft angstvallig in onze buurt. Nadat wij het geluid van onze i-Phone hebben uitgezet, proberen we toch vanuit de heup nog enkele foto’s te schieten.
De ruimte nodigt uit tot fluisteren, er hangt een serene sfeer. Als de eerste bezoekers binnenkomen is het voor ons tijd om weer te vertrekken. Wij vullen het bakje van onze doofstomme man met de eerste munten en stappen in de camper.

 

Het volgende doel is de opgraving Appolonia in de buurt van Fier. De stad genoemd naar de god Apollo is gesticht door Grieken uit Corinthië en Corfoe (588 v. Chr) en later door de Romeinen uitgebreid. Een groot gedeelte van de ruïnes is nog niet blootgelegd, maar het theater en de raadkamer (bouleterion) zijn goed herkenbaar.

   

Het bij de opgraving behorend museum is zeker een bezoekje waard.
Dan via de nieuwe rondweg om Fier en vervolgens de S4 het binnenland in, op weg naar Berat. We passeren dorpjes waar het sobere Albanese boerenleven van kar en ezel samengaat met de flitsende moderne mechanica en gemotoriseerd vervoer. Wat kennelijk niet zo snel verandert zijn de koffiedrinkende mannen in het dorpscafé en de zwoegende vrouwen op het land. De streek waar wij doorheen rijden is zeer vruchtbaar. Er zijn opvallend veel wijngaarden en talloze olijfbomen.
Vlak voor de stad Berat ligt een goed verzorgde familiecamping.

Albanië deel 2