Mali deel 2

Dinsdag 3 februari
We vertrekken om 9 uur. Wij tanken onderweg, maar vergeten dat we de avond ervoor al ons geld hebben uitgegeven aan de vooruitbetaling van een 4×4 voor Timboektoe. Als de diesel er in zit, dringt tot ons door dat we geen geld hebben. De man van het tankstation laat ons gaan als we zeggen dat we in Mopti geld gaan halen en onze schuld komen aflossen.
Wat een vertrouwen! We lenen geld van Arnoud en Trix en betalen hem snel terug.
Ondertussen zijn we de anderen kwijtgeraakt. In Mopti komen we bijna vast te zitten tussen de stalletjes en de kraampjes. Wat een heksenketel.
Op de terugweg zien wij elkaar weer. In Douentza stallen we onze campers om morgen met een 4×4-auto naar Timboektoe te rijden.

Op de heerlijke binnenplaats, temidden van onze campers, slaap het personeel op een matje in de buitenlucht. Met een temperatuur van 27 graden om 10 uur ’s avonds is dit zeer aangenaam. Toch loopt de campingbaas met een ijsmuts op.
Na een gezamenlijke couscousmaaltijd duiken wij ons bed in.


Woensdag  4 februari
Uiteindelijk gaan we toch met ons allen naar Timboektoe. De voorbereiding van deze trip heeft ook weer de nodige conflicten opgeleverd. Er waren twijfels bij sommige mensen over de slechte staat van de weg en of de inspanning wel de moeite waard zou zijn.
Met zes personen worden we keurig in een 4×4 naar Timboektoe gereden. Jeroen en Jeffrey rijden in hun eigen auto. We starten om acht uur. De chauffeur rijdt met hoge snelheid over de wasbord-weg.

 

We komen grote karavanen met zwaar beladen ezels tegen. De beesten dragen balen meel van meer dan 120 kilo.

Het meel wordt in 20 dagen van Douentza naar Timboektoe gebracht. Men loopt alleen ‘s morgens. Op de 200 km lange weg door de woestijn zijn buiten een paar dorpen ook nog enkele waterputten aangegeven. Sommige karavanen hebben mensen bij zich die de woestijn goed kennen. ‘s Nachts laten ze zich leiden door de sterren en ‘s morgens door de wind. Verdwalen in de woestijn betekent de dood. Hoe kunnen mens en beest het in deze hitte uithouden. Het is een hard leven. We zitten nu in het gebied van de Toearegs. Ze zien er in hun blauw en zwart gedraaide doeken om hoofd en mond uit als bewoners van een andere wereld, wat ze voor ons ook zijn.

We ontmoeten een Toeareg met zieke vrouw en kind op een kameel. Ze zijn op weg naar een hospitaal. Ze vragen geld voor de behandeling. Er wordt een bijdrage aan hen gegeven.
Zo rijdend door de uitgestrektheid van deze droge omgeving is het niet moeilijk om je voor te stellen hoe grote karavanen van en naar Timboektoe trokken. We wanen ons aan het einde van de wereld.
Bij een van de weinige dorpen drinken we koffie. Niet zo’n goede zet want het water heeft het kookpunt niet bereikt. We zullen zien hoe het afloopt…. De man van het koffietentje vraagt een prijs waar je in de grote stad Bamako twee kopjes voor kunt krijgen. Hij heeft in elk geval een zeer goede dag!

Twintig kilometer voor Timboektoe moeten we met de pont de Niger oversteken. Aan de oever hebben mensen zich in schamele hutjes verzameld om iets van etenswaren en souvenirs aan de reizigers te verkopen.
Hoewel de weg naar Timboektoe is meegevallen zijn we blij dat we niet met onze eigen auto zijn gegaan, een 4×4 is toch geschikter voor dit soort wegen.
Aan de rand van Timboektoe logeren we in Hotel du Desert. Vanuit het dakterras zien we de uitgestrekte zandduinen. En op de binnenplaats genieten we van een lekkere maaltijd.

Donderdag 5 februari

Timboektoe zou al in het begin van de 12de eeuw als nederzetting door de Toearegs gebruikt zijn. Deze plek werd hun opslagplaats voor graan en andere eigendommen tijdens hun verblijf in de woestijn. Gedurende hun afwezigheid lieten ze het beheer van het kamp over aan een vrouw die de naam Timboektoe droeg. In een andere versie heet de vrouw Bouctou dat samengevoegd met het Berberse woord tim, plaats van Bouctou betekent.
Timboektoes gouden jaren lagen tussen 1493 en 1591. Behalve goud en zout werd er ivoor, koper en tin verhandeld. Daarnaast ook nog paarden en slaven. Het was het commerciële en intellectuele ontmoetingspunt tussen het Arabische Noorden en Zwart Afrika.
Tegenwoordig is het nog de magische klank uit het verleden die toeristen, en dus ook ons, naar deze plaats doen trekken.

Met gids beginnen we om 7 uur ‘s morgens onze stadwandeling. Het is dan nog redelijk koel.
De huizen in het oude centrum zijn uit leem opgetrokken en ramen en deuren hebben versieringen die Marokkaanse invloeden laten zien. Het geheel is een wirwar van kleine steegjes en straatjes waar je als toerist al gauw de weg kwijt bent.

                       

De Djinguereber-moskee is de oudste moskee in Timboektoe, gebouwd in 1325 en nu in restauratie. En dat laatste is jammer omdat het een van de weinige moskeeën in Mali is waar je als niet moslim naar binnen mag. De moskee is gebouwd door een Andalusische architect hetgeen aan de buitenkant duidelijk te zien is.
Overal in de stad zijn restauratiewerkzaamheden gaande. De huizen van de eerste ontdekkingsreizigers van Timboektoe, zoals René Caille, Heinrich Barth en Gordon Laing worden opgeknapt. In de  bibliotheek worden oude manuscripten gerestaureerd en gecategoriseerd met behulp van gelden uit Amerika.

     

Overal in de stad liggen heiligen begraven, 330 in totaal. Mensen die geen geld  hebben om naar Mekka te reizen brengen als compensatie een bezoek aan een van deze graven.

Ook Timboektoe heeft een koranschool waar kinderen uit de wijde omgeving voor vijf jaar koranonderwijs krijgen. Voor het levensonderhoud van deze kinderen kan brood gedropt worden in boxen in de stad.

              

Op een plek midden in de stad staan de tenten van de allerarmsten, de “slaven”. In de winter trekken ze met het vee de woestijn in.
Na een bezoek aan een klein openluchtmuseum waar de woonwijze en verschillende gebruiksvoorwerpen van de diverse stammen tentoongesteld zijn, halen we een stempel in het paspoort of op een ander papiertje (wij hebben er niet aan gedacht het paspoort mee te nemen) als bewijs dat we in Timboektoe zijn geweest. We lopen nog even met Arnoud en Trix een straatje in om iets te drinken. Verder brengen we de lange hete middag hangend op het terras door.

Vrijdag 6 februari
We rijden vandaag terug naar Douentza. Het wordt een zeer warme dag. Om acht uur is het al dertig graden. Bij de pont is het een drukte van belang. Overal vrachtwagens, in alle staten van verval en toch rijden ze nog.
De kade ligt vol met zoutplaten. De platen wegen ongeveer dertig kilo per stuk. Elke kameel kan vier platen vervoeren. Men doet het niet met vrachtwagens omdat door het slechte wegdek de platen in stukken zouden aankomen. Nu worden ze per kameel naar Timboektoe gebracht en vandaar met piroque naar Mopti waar ze voor andere goederen verhandeld worden.

 

Onderweg in de woestijn komen we weer de lijnbus tegen die we ook al op de heenweg met kapotte bladveren aan de kant van de weg zagen staan. De reparatie is in volle gang. De passagiers verblijven al drie dagen in de hitte van de woestijn.
Op de pont komen we een paar macho Touaregs tegen. Met hun zwaard en krachtige uitstraling zijn het mooie mannen voor een foto. Met veel overredingskunst lukt het ons een paar goede plaatjes te schieten.
Rond twee uur zijn we terug op de camping. Tijd voor computer en was.

 

Zaterdag 7 februari
Vlak bij onze camping, in het dorp Fombori, is een Dogonmuseum. Het dorp is alleen via een zandweg bereikbaar. De twee campers worden, nadat ze in het zand zijn blijven steken, halverwege met bewaking achtergelaten en we rijden met de wel zandbestendige auto’s naar het plaatselijke museum.

In het museum is een verzameling beelden te zien die geesten moeten symboliseren die in het leven van de Dogon een belangrijke plaats innemen. Deze worden aangeroepen bij  problemen die niet door de mensen zelf opgelost kunnen worden. Ook nu nog worden deze geesten benaderd bij de oplossing van problemen. De chiefs van de Dogon spelen een belangrijke rol als verbindingsschakel tussen de mensen en de geesten.
Via een nieuwe, goed te berijden piste gaan we naar Bandiagara. Het is een prachtige route: grote rotsformaties, leuke dorpen en veel groene stukken en gelukkig overal kinderen die om “un cadeau” vragen. Het klinkt al vertrouwd.

Maar om bij de Dogondorpen te komen moeten we wat moeilijk te berijden pistes nemen. We krijgen nog wat handige tips voor deze route: banden aflaten tot tweederde van de normale inhoud; in het zand niet terugschakelen maar vaart houden; als je een kuil te laat ziet iets afremmen, er doorheen knallen en niet het stuur omgooien om kuil te ontwijken; in het zand alleen iets bijsturen, vooral stuur recht houden; je normale reflexen, zoals remmen bij gevaar, in bedwang houden.
Een van de hoogtepunten van Mali is de Dogonvallei. Tegen de rotswanden  zijn huizen, graven en voorraadschuren gebouwd door de vroegere bewoners van de Dogon, de Tellems. Over deze vroegere bewoners is weinig bekend. De Dogons hebben zich later gevestigd in deze rotswoningen. Doordat er geen verbindingswegen waren en de Dogons daardoor in afzondering leefden zijn hun gebruiken en gewoontes goed bewaard gebleven. De vraag is hoe lang dit nog zal duren, nu al vele Dogondorpen met auto bereikbaar zijn.

         

De Dogondorpen hebben allen dezelfde basisstructuur. Elk dorp heeft een lemen moskee, er is een vergaderruimte voor de mannen en een voor de vrouwen. In geen van de dorpen is elektriciteit of waterleiding. Water moet uit putten worden gehaald. Elk dorp telt een aantal grote families die hun eigen hoek in het dorp hebben. Met de vele vrouwen die een man heeft en daarnaast de talrijke kinderen loopt het bevolkingsaantal al snel op.
De vrouwen en de mannen hebben hun eigen voorraadkamer. Het zijn kleine ronde huizen, vaak tot de nok toe gevuld met granen (mannen) en groenten en fruit (vrouwen). Daarnaast worden in deze ruimtes de schamele bezittingen opgeborgen.
De gebruiken en gewoontes worden door de ouderen aan de kinderen doorgegeven. Eens in de zestig jaar is er een groot Dogonfeest waar alle verhalen uit de overlevering aan de nieuwe generatie worden overgedragen.

We overnachten midden in het Dogongebied in Campement Fromage in Kani Kombole. We staan midden in het kleine dorp tegenover de grote lemen moskee en onder baobabbomen. Het is een mooie plek, maar je wordt voortdurend benaderd door kinderen en volwassenen om iets te kopen.

Het campement is van een onthutsende soberheid. Een toiletpot staat boven een gat in de grond in een grote ommuurde ruimte. Uiteraard kan de deur niet dicht en onze toiletgang wordt doorgaans “à deux” gedaan. De sterrenhemel boven de poepdoos is de enige luxe. Nou ja, en onze camper dan.

Zondag 8 februari
We maken vanuit onze overnachtingsplek een wandeling langs de rotsen naar boven. We zien muurschilderingen met oude symbolen, in de traditionele kleuren: zwart (aarde), wit (hemel) en rood(leven).
We rijden verder het binnenland in. Via een lastig te rijden weg komen we in het dorp Telli. Hier klimmen we naar boven, zien maskers en de animistische symbolen die in de hele geesteswereld van de Dogon een belangrijke rol spelen. We hebben een prachtig zicht op het dorp beneden.

We lunchen, kip met frites. Daarna komt er op weg naar Ende weer een lastig stuk piste. Hier bezoeken we de plaatselijke markt, lopen langs de souvenirskraampjes en wonen een maskerdans bij. Aan de kinderen van het dorp is te zien dat zij bang zijn voor bepaalde maskers. Het geheel is boeiend om te zien.

Op weg naar onze overnachtingsplek komen weer enkele campers vast te zitten. Wij draaien ook in het zand vast, maar weten op het laatste moment zelf weer los te komen nadat ik op een haar na een boom heb gemist. We bereiken onze overnachtingsplek in Yaabatalou en daar is koude pils. Angelien trakteert.
Wat een dag, afwisselend en boeiend. We liggen om 9 uur uitgeblust in bed.

Maandag 9 februari
We laten de Dogon streek achter ons en gaan terug naar Bankass. Hier gebruiken we de lunch. In de middag zullen we nijlpaarden gaan spotten in de omgeving van Bai. We zien dat er druk overleg is met de plaatselijke gids die met ons meegaat. De weg schijnt niet toegankelijk te zijn voor campers, alleen voor 4×4. En eigenlijk willen wij ook niet met onze auto. Er is geen overleg en wij weten, dat als wij het ter sprake brengen, er weer een conflict in de groep ontstaat. Dus gaan we met tegenzin met onze auto, de anderen rijden met Jeffrey mee.

Wij rijden met hoge snelheid door het mulle zand om niet vast te komen zitten. Dit heeft tot gevolg dat we voor kuilen en obstakels nauwelijks vaart kunnen minderen. Onze kisten krijgen voortdurend klappen als we een kuil nemen. En iedere keer doet het ons pijn als we het horen. Er zijn meerdere tracks mogelijk en het is steeds weer snel kiezen welke je zult nemen. Het is zeer geconcentreerd rijden en we zijn blij als we in het dorp aankomen van waaruit we de nijlpaarden willen zien.
Het hele dorp loopt met ons mee naar de poel waar de nijlpaarden zitten. De schoenen gaan uit en we ploegen met zijn allen door een moerassig gebied om dichter bij de hippo’s te komen. We denken even niet aan bilharzia, slangen en ander ongedierte die in dit stilstaande water zouden kunnen zitten. We worden beloond met een tiental nijlpaarden. Terwijl we de nijlpaarden observeren, worden wij door de plaatselijke bevolking bekeken als wezens van een andere planeet. Het toerisme heeft dit dorp nog niet bereikt.

Alle schoolkinderen van het dorp verzamelen zich rond onze campers. Het duurt even voordat we het dorp uitzijn. Het is inmiddels aan het einde van de middag en het is duidelijk dat we niet voor het donker op onze plek in Bankass terug kunnen zijn. Jeffrey en de gids vinden het niet erg om in het donker terug te rijden. De anderen die hun camper in Bankass hebben staan willen uiteraard graag in eigen bed slapen. En Marijke en ik, maar ook Jeroen en Loek willen niet in het donker rijden. Iedereen tevreden naar het lijkt.
Onder een grote baobab maken we ons bushcamp. Het is een schitterende plek. Virginia maakt een heerlijke pastaschotel. Onder het gezoem van grote groepen bijen die in de baobab hun onderkomen hebben, vallen we in slaap.

Dinsdag 10 februari
Als we wakker worden graast er een grote kudde van koeien, geiten en schapen rondom onze campers. We zoeken een paar schamele boompjes voor ons ochtendtoilet. Net als ik mijn broek laat zakken kijk ik in het gezicht van een herder. Hij begint te lachen, draait zich om en loopt terug naar zijn kudde. Netjes opgevoede man.
We verzamelen moed voor de terugweg over de zanderige piste. We krijgen er onverwachte hindernissen bij. Er is ergens een marktdag en tientallen karren met ezels en paarden nemen de weg die wij ook moeten nemen. We kunnen geen gas minderen want dan lopen we vast in het mulle zand en op die karren knallen is ook geen optie. Een mens moet een beetje geluk hebben. Het gaat steeds net goed. Rond half elf zijn we terug in Bankass.

We willen vandaag de grens naar Burkina Fasso oversteken. De weg er naar toe is afwisselend wasbord en piste.

Naar verslag Burkina Faso