Benin en Togo

Dinsdag 17 februari
Voor vertrek komen Jeroen en de anderen nog een hand geven….
Wij vertrekken een uur later uit het natuurreservaat bij Pama en nemen de N18 en RN3 richting Natitingou. De grensovergang naar Benin verloopt gemoedelijk en vlot.

Benin is drie keer zo groot als Nederland en heeft negen miljoen inwoners. De meeste mensen leven van de landbouw. De vrouwen hebben een groot aandeel in de handel van landbouwproducten. Zoals in vele Westafrikaanse landen krijgen de vrouwen gemiddeld zes kinderen. De gemiddelde leeftijd is ongeveer 53 jaar.

     

Na de grens gaan we op zoek naar een overnachtingsplek. In Tanguieta vinden we bij hotel Baobab een heerlijke plek in de schaduw, aan de ingang van het “Parc National de la Pendjari”.
Tijdens ons verblijf brengt de gouverneur van de provincie een bezoek aan ons hotel en dat geeft ons een aardige inkijk in het protocol van de Afrikanen. Een grote stoet 4×4 auto’s waarin de notabelen zitten, scheuren met loeiende sirenes de binnenplaats op. Modern westers geklede mannen en belangrijke dorpshoofden in hun plaatselijke kleding geven een kleurig beeld.

Daarnaast politie en leger in hun pakken met onderscheidingen. De echtgenote van de gouverneur is de enige vrouw in dit gezelschap. De elite eet binnen, de lagere regionen buiten. We kunnen dit alles vanuit onze luie stoel gadeslaan.
Voor het avondeten komt een groep Duitse toeristen uitgedost in inheemse kleding, gemaakt van dezelfde stof, aan tafel zitten. We kijken onze ogen uit.
Jeffrey organiseert een 4×4 met gids voor een tocht door Pendjari voor de volgende dag.

Woensdag 18 februari
We worden bij ons campement rond zes uur opgehaald door “auto met chauffeur”.

De man rijdt met hoge snelheid de eerste zestig kilometers tot aan de ingang van het park, bij Batia. Het is nog donker als we door de verschillende dorpjes rijden. Nu we niet zelf hoeven te rijden, kunnen we rustig om ons heen kijken.

Het park is verdeeld in twee stukken: in het ene gedeelte mag gejaagd worden, in het andere gedeelte is het verboden. We rijden naar het noorden via Mare Sacree en naar het oosten, Mare Togou. Onze gids weet veel te vertellen en laat ons mooie plekken zien.

                      

Het valt ons op dat in het gedeelte waar niet gejaagd mag worden, de dieren niet schrikachtig zijn en gewoon blijven grazen. We zien allerlei soorten vogels: diverse soorten ijsvogels, zwarte ibissen, maraboes, visarenden, aasgieren, reigers, eenden, hoornbekvogels. Daarnaast  krokodillen, nijlpaarden, reebokken, waterbokken, wrattenzwijnen, Afrikaanse buffels, allerlei soorten antilopen en een zeer grote olifant. En dan nog bavianen en patasapen (zijn kleiner en deels roodachtig). Er zijn diverse mooie uitkijkposten waar we in alle stilte het wild kunnen gadeslaan. 

Op de terugweg in het park moet onze 4×4 uitwijken voor een zeer grote witte auto…. We schieten alle zes in de lach: Jeroen en Loek passeren ons!
Terug op ons campement is een douche en een pilsje de grootste luxe die je je kunt veroorloven bij temperaturen van achter in de dertig graden.
We gaan bij elkaar zitten, inventariseren de behoeftes van een ieder en binnen tien minuten hebben we onze afspraken voor de komende dagen rond. Onze ‘s morgens afgegeven was wordt in de middag schoon teruggebracht. We genieten van een goede maaltijd onder de prachtig grote bomen van het hotel.
In de avond laat een groep vrouwen uit de omgeving ons genieten van hun dans en gezang. Het gaat zo ritmisch, snel en soepel dat wij ons ter plekke zeer bewust zijn van de stijfheid en houterigheid van onze lijven. En het kind op de rug van de moeder danst gewoon mee.

Donderdag 19 februari
Voorzien van drie plaatselijke telefoonkaarten die we in onze reservetelefoons stoppen, kunnen wij elkaar bereiken als het nodig is.

We vervolgen onze weg naar het zuiden via de RN3 langs Natitingou (hier komen we Jeroen en Loek weer tegen), Djougou en Bassila. In deze plaats staan we op het lege schoolplein te lunchen als een aantal onderwijzers een gesprek met ons begint over onze reizen en het onderwijs in Benin. We hadden al erg veel schoolgaande kinderen in uniform langs de weg zien lopen, veel meer dan in de andere landen. De onderwijzers bevestigen dit. Er zijn de laatste jaren erg veel scholen gebouwd dankzij buitenlandse hulp. Daardoor is er ook in de kleinere dorpen voor kinderen de mogelijkheid om onderwijs te genieten. 

         

We zien ook veel reclame van projecten met microfinanciering.
Dit gedeelte van Benin is groen, heuvelachtig  en redelijk schoon. Er staan huisjes van modder en geen ronde hutjes zoals elders. Ook is opvallend dat de huisjes niet in groepen bij elkaar staan.

Overal langs de kant van de weg wordt hout verzameld en in bossen bij elkaar gelegd. Het hout haalt men uit de brousse. Vrouwen maken er houtskool van, doen het in grote zakken waarop ze ter afsluiting een plastic puntzak naaien. Zo wordt het langs de weg gezet om opgehaald te worden. De hele dag zien we vrouwen langs de kant van de weg lopen met schalen houtskool op hun hoofd. Zij brengen dit naar een verzamelpunt waar het in zakken wordt gestopt. Zo kan men zonder te investeren nog iets verdienen. Iedereen kookt op houtskool, de vraag zal wel blijven, maar het hout raakt op. Men kapt ook jonge struiken en het is duidelijk te zien hoe de woestijn mede daardoor oprukt. 

               

Naast de houtskool zien we hele bergen kapok. Dit wordt verwerkt in de vele matsassen die langs de weg te koop zijn. En aangezien we vele Afrikanen (mannen!) onderweg in de ligstand tegenkomen, vinden deze matrassen hun weg wel.

Als we onderweg stoppen om te achterhalen wat al de velden met kleine heuveltjes bevatten, blijkt het de opslagplaats voor de yamwortel te zijn. Een wortelknol al vanaf 3000 voor Christus verbouwd in de tropen en vergelijkbaar met onze aardappel, het is volksvoedsel nummer 1. De wilde yam wordt ook gebruikt voor medicinale doeleinden.

                  

De mensen staan ons vriendelijk en goedlachs te woord, zelfs de politie en gendarmerie die ons om de haverklap aanhoudt. Meestal liggen de agenten onder een boom, zetten een plastic emmertje op straat als wegversperring, en als ze behoefte hebben aan enige afleiding geven ze het stopteken. En jullie begrijpen dat wij campers en inzittenden hebben die voor afleiding kunnen zorgen. Meestal gaat het om een “petit cadeau”. Soms geven wij het, soms niet. Men doet niet moeilijk als men niets krijgt. Het blijft een spel.
Ook in Benin breiden benzinepompen en banken zich in sneltreinvaart uit. Men kan bijna overal met visacard betalen en pinnen.
We overnachten bij Hotel Dassa in Dassa-Zoumé. Het hotel staat aan een rotonde aan het begin van de stad. Er is een internetcafé binnen handbereik. En van hieruit kunnen we morgen de paleizen van de Koningen van Dahomey bezoeken. We hebben geen zin om te koken en eten met z’n allen in het restaurant van hotel Dassa.

Vrijdag 20 februari
Om  tien uur staan we voor het museum Honmé, gevestigd in een van de koninklijke paleizen van de koningen van Dahomey.
Een nog slaperige suppoost komt in actie om zes Nederlandse toeristen binnen te laten. Onvoorstelbaar, een van de topics in Benin en nauwelijks een mens te zien.
Een vrouwelijke gids leidt ons in twee uur door enkele paleizen en het leven van de Dahomey koningen. De dynastie is ontstaan in 1645 en geëindigd in 1890 met de afzetting van de laatste keizer door de Fransen. Hun regeerperiode kenmerkte zich door wrede veroveringstactieken, slavenhandel en bloeddorstig optreden tegenover hun onderdanen.
Oorspronkelijk bestond het complex uit 12 paleizen op 44 hectare grond. In een van de paleizen zijn de tronen en scepters van de diverse koningen ondergebracht. Eén troon steunt op hoofden van onwillige onderdanen….
Wandschilderingen en tapijten in de diverse paleizen geven in detail weer hoe hardvochtig het optreden van deze heersers was. Onthoofdingen, verkrachtingen en martelingen waren aan de orde van de dag.
De vrouwen van de koningen, en zeker de bijvrouwen (soms meer dan 400), werden bij enige onwelwillendheid tegenover de koning gemarteld of gedood. En bij overlijden van de vorst werden zij eveneens omgebracht. Het zal je man maar wezen!
In een van de gebouwen, het mausoleum, moeten onze schoenen uit want we betreden heilige grond. Hier ligt Keizer Ghezo begraven. Er staat een soort bed met kleed erover.  Dat is het.
Nog vermeldenswaardig zijn de voodoo-tempels. Er is een tempel voor de mensen en een voor de geesten. De muren zijn bestreken met het bloed van onwelgevallige onderdanen.
Onze gids vertelt enthousiast, maar in voor ons niet goed verstaanbaar Frans, diverse anekdotes over de koningen. Ze zijn wreed van inhoud. Even een parasol die niet tijdig opengaat en je hoofd rolt door het zand.
Het is ontzettend warm vandaag en na een koel glas cola lopen we nog even over de “artisanat” die voor het paleis is gevestigd. We kopen een paar cadeaus en rijden door naar Abomey-Casavi. De hele stad is opgebroken en het is niet gemakkelijk een overnachtingsplek te vinden. Gelukkig hebben we van het hotel van de vorige nacht het adres gekregen van het vakantiecentrum Assouka. Hier kunnen we met onze auto’s onder de palmen. Het hotelpersoneel slaat alles met grote belangstelling gade en wil uiteraard graag de campers ook van binnen zien.
We besluiten om morgenvroeg, zo gauw het licht wordt, een taxi naar het haventje te nemen om te kijken of we met een piroque naar Ganvié, het Venetië van Afrika, kunnen om de paalwoningen te bezoeken.

Zaterdag 21 februari
Als we om half acht bij de haven zijn begint het leven op gang te komen. Het duurt even voordat we een piroque vinden. Bij opkomende zon varen we langs rietvelden en zien een enkele visser zijn netten binnen halen.

In Ganvié speelt het leven zich af op het water. Bootjes varen af en aan met groenten en fruit, olie, water en mensen. 

Voor een van de paalwoningen liggen de bootjes in slagorde te wachten om hun dagelijkse voorraad water in te slaan. Met grote slangen worden de plastic tonnen gevuld en kinderen van acht peddelen met hun gevulde tonnen door het water. Het is pure armoede wat we zien. Houten huisjes zonder voorzieningen en geen ruimte om je te bewegen of je uit te leven. We vragen ons af hoeveel kinderen en volwassenen er jaarlijks verdrinken.

We drinken koffie in een drijvend guesthouse waar een struise Bengalese vrouw de scepter zwaait. Ze heeft een souvenirswinkel en is onderscheiden als belangrijke zakenvrouw door het Ministerie van Handel. Ze is duidelijk welvarender dan de rest van de mensen om haar heen Maar dat is in deze omgeving ook niet zo moeilijk. Bij terugkomst in het haventje zien we tientallen piroques met plaatselijke bevolking naar Ganvié vertrekken. 

In de haven liggen honderden plastic jerrycans gevuld met benzine. We mogen geen foto’s maken want hier speelt zich de illegale handel in diesel en benzine af. Vanaf deze plek worden de dorpen bevoorraad. De plaatselijke bevolking giet de benzine over in flessen en kleine jerrycans en handelaren staan klaar om deze weer langs de weg te verkopen.

Je kunt niet zeggen dat het oogluikend wordt toegelaten. Het is een volkomen geaccepteerde handel. Het mag alleen niet gefotografeerd worden.
Verstrengeld in elkaar rijden we met ons zevenen in één taxi terug naar onze overnachtingsplek. Ganvié was een indrukwekkende ervaring.

We willen vandaag doorrijden naar Grand Popo. Maar deze stad geeft zich niet zomaar gewonnen. In de spits worstelen we ons langs honderden scooters en brommers die als taxi dienst doen en zo snel mogelijk hun bestemming willen bereiken. Ze schieten opzij, voor en achter langs je auto. Het is een grote chaos, maar ook hier komen we zonder krassen en butsen doorheen.

Onze overnachtingsplek is bij “Auberge Grand Popo”. Het is een mooie stek aan het strand met voldoende schaduw. We kunnen gebruik maken van het kleine zwembad en het restaurant van het hotel. Het is een openbaar terrein en niet bewaakt. De plaatselijke bevolking gebruikt het ook als picknickplek. In het naseizoen is het een prima plaats om te overnachten.

Zondag 22 februari
Het bevalt ons goed en besluiten pas de volgende dag te vertrekken. We wassen, werken aan de site en genieten van de plek. Morgen gaan we de grens naar Togo over.

Maandag 23 februari
Om 7 uur zijn we startklaar. Bij Grand Popo maken we de doorsteek naar Togo. Het is bijzonder rustig aan de grens, er zijn nauwelijks mensen. Een van de douaniers zit in zijn boek te lezen en doet net of we niet bestaan. Lastig toch die grenspassanten.
Alles wordt efficiënt afgehandeld. Als we tot de ontdekking komen dat de klok een uur teruggezet moet worden, begrijpen we waarom het zo rustig is aan de grens.

 

Bij binnenkomst in Togo is het eerste wat we zien een condoomapparaat en een affiche voor veilig vrijen! We rijden langs de kust en daarna feilloos door de drukke stad Lomé en dan via de N5 naar Kpalimé. In het zuiden van Benin begon het landschap al groener te worden, maar nu in Togo wordt het zelfs weelderig. Palmbomen domineren het landschap. De stalletjes langs de kant van de weg zijn overvloedig voorzien van groente en fruit.

 

De lemen huizen zijn verdwenen en in plaats daarvan staan er betonnen gebouwtjes. In de bebouwde kom hebben de dorpen zelfs stoepranden. Er is overal veel bedrijvigheid. Voor het eerst zien we vele werkplaatsen waar naast bedden en kasten ook doodskisten worden gemaakt. Een teken dat naast de Islam ook het Christendom hier zijn plek heeft veroverd.
Daarnaast hebben de Chinezen ook hun best gedaan om in Togo wortel te schieten. Overal zien we Chinese bedrijfjes en  propaganda voor de projecten die door hun toedoen  gefinancieerd worden. Ook in de wegenbouw zijn ze alom aanwezig.
De Togolese regering heeft in 2001 een oliecontract met China afgesloten voor vele miljoenen dollars. In ruil daarvoor is tweederde van Togo’s nationale schuld kwijtgescholden en hebben de Chinezen hun ingang naar Afrika gevonden. De gewone Togolees zal in tegenstelling tot de toplaag weinig profijt hebben van deze uitverkoop.
Op enkele gaten na is de weg naar Kpalimé prima. In het stadje gaan we op zoek naar een hotel met binnenplaats. Met drie campers lukt het ons bij Hotel Geyser. Een kleine binnenplaats, een prachtig zwembad en een goed restaurant!

Een grote Afrikaanse familie probeert met zijn allen in het zwembad te komen. Het duurt lang voordat iedereen zijn schroom overwonnen heeft en in het water zit. Wij genieten van dit gebeuren. Bij deze hoge temperaturen is het heerlijk om even in het water af te koelen.
We werken ons verslag bij en eten gezamenlijk. We hebben een gemeenschappelijke portemonnee die Jeffrey doorgaans beheert. Trix is van het snelle rekenen en houdt de uitgaven bij. Iedereen tevreden met deze taakverdeling.
Aanvankelijk zouden we in het noorden Togo binnengaan en naar het zuiden afzakken. Doordat we het “Parc National de la Pendjari” in Benin hebben bezocht is de reisroute veranderd en is Togo meer een doorgangsroute geworden op weg naar Ghana. Jammer, maar reizen is keuzes maken.
Morgen rijden we naar Ghana.

Naar verslag Ghana deel 1