Vervolg Bosnië en Herzegovina

Vrijdag 2 augustus
Op onze route van Sarajevo naar Mostar rijden wij nog steeds langs de Neretva. Deze rivier, die door Bosnië en Herzegovina en Kroatië loopt, is 225 km lang en daarvan liggen 203 km in Bosnië en Herzegovina. Mostar ligt aan aan deze rivier. Het is een karstrivier: een gedeelte van de rivier kan ineens onder de grond verdwijnen om een stuk verderop weer boven te komen.

Het is een afwisselende weg met vele eettentjes die rond het middaguur overvol zijn. Vier schapen worden tegelijk aan het spit geroosterd. En je kunt al raden wat het hoofdmenu is. Schapenvlees met aardappelen. Bij 35 graden en met volle maag vervolgen wij de schitterende weg.

Even buiten Mostar in het plaatsje Buna overnachten wij in River Camp Buna  aan de Neretva. Een heel kleine verzorgde camping met een allervriendelijkste eigenaar (Gaga) die bij alles behulpzaam is.
Zaterdag 3 augustus
De hele familie wordt in het bedrijf ingeschakeld en de oom van Gaga brengt ons vroeg in de morgen met zijn auto naar Mostar zodat wij, voordat de toeristenstroom op gang komt, nog kunnen genieten van de mooi gerestaureerde brug en andere bezienswaardigheden.
Mostar ontleent zijn naam aan Stari Most wat oude brug betekent. De stad werd gesticht in de dertiende eeuw. In die tijd was Mostar de enige stad met een houten brug over de Neretva. 
In de zestiende eeuw werd  er een stenen brug gebouwd. Tijdens de Balkanoorlog in 1993 is deze historische brug vernield.
Het is niet duidelijk wie precies de brug vernietigd heeft. Men denkt aan Kroatische milities, maar ook wordt geopperd dat er door de moslims een mijn onder de brug is gelegd die op afstand tot ontploffing is gebracht.
In 2001 is onder supervisie van Unesco begonnen met de herbouw van de brug. Het museum in een van de torens bij de brug laat zien dat het een zeer ingewikkeld project was om de brug in oude glorie te herstellen. In 2004 is de brug heropend.

                   

De brug zou een symbool van vrede moeten worden tussen de katholieke Kroaten, en de Bosnische moslims en de Oosters orthodoxe Serviërs. Evenals in Sarajevo leven de verschillende bevolkingsgroepen echter gescheiden in aparte delen van de stad en de meeste Serviërs zijn zelfs uit de stad verdwenen. De integratie is dus niet gelukt.
Dat gaat met de toeristen beter. Allerlei nationaliteiten lopen in drommen door de smalle straatjes en als je op de spiegelgladde keitjes uitglijdt loop je de kans samen met een hele horde mensen onderuit te gaan.
De oude traditie waarbij jonge mannen vanaf de brug in de Neretva springen wordt nog steeds in ere gehouden en gade geslagen door vele toeristen.

We bezoeken de oude moskee met op de binnenplaats de oudste fontein, dwalen door de smalle steegjes, bekijken een hamman en zijn dan toe aan een maaltijd.

Op verzoek van ons geeft de vrouw van het toeristenbureau de naam van een restaurant waar zij altijd met haar familie eet. Als wij denken het gevonden te hebben en een forel op ons bord ligt, zien we aan de overkant van de straat een druk bezocht restaurant met de naam die wij zochten. Helaas.

In Mostar zien wij de eerste bedelaars. Het zijn Romakinderen die met baby’s in de armen bedelen om geld. Om even later een heerlijk ijsje te kopen, waarom ook niet.

                                   

Om twee uur staat onze taxi klaar om ons op te halen. De drukte en de warmte zijn afmattend.
Bij terugkomst staan op de camping twee Nederlandse campers. Door slechte weersomstandigheden is bij één van hen het zonnescherm gescheurd. Wij hebben van alles thuis gelaten, om het gewicht van de auto zo laag mogelijk te houden, maar de ducktape is meegekomen. Dus daar kunnen wij onze buren mee helpen.

Hoewel het zeer heet is, zijn wij bang om bij de 13 graden van het rivierwater sissend ten onder te gaan. Dus zwemmen doen we niet, zo stoer zijn wij nu ook weer niet.

Zondag 4 augustus
De ene warme dag volgt de andere op. De regen lijkt al zo ver weg. Om half 9 staan wij bij de resten van de  Romeinse villa Mogorjelo. Geen mens te bekennen. De ruïne uit het begin van de vierde eeuw ligt er verlaten en wat onverzorgd bij. Het is een groot zelfvoorzienend complex geweest en in een prachtige omgeving gesitueerd. Wij drinken koffie en zijn waarschijnlijk de eerste gasten en misschien ook wel de enige gasten.

Op weg naar Stolac komen wij bij een middeleeuwse begraafplaats met gebeeldhouwde grafzerken. (stecci). Er zijn er meerderen in Bosnië en Herzegovina en de belangrijkste staan op de Unesco werelderfgoedlijst. Zij zien er prachtig uit.

     

De gele weg naar Krivaca is schitterend en de vele picknickplekken langs de rivier worden druk bezocht tot aan het punt waar de rivier ineens in de aarde verdwijnt en tijdens onze tocht naar Trebinje ook niet meer tevoorschijn komt.

Wij kunnen het niet laten om in Dubricevo nog een gaaf kerkje te bezoeken. Het kerkje en de met prachtige bloemen beplante binnentuin stralen een vredige rust uit. Ook hier geen teken van leven.

De stad Trebinje is uitgestorven, alleen in de eettentjes zitten nog wat mensen. Zelfs voor hier is het te warm.

Omdat het te laat is om nog de grens over te gaan nemen wij de enige camping in deze omgeving. Via een zeer steil pad belanden wij midden tussen allerlei scouting-jongeren, judoka’s en andere   groepen. Wij hebben weer onze plek gevonden ….