Siberië terug

Dinsdag 19 juni
De grensactiviteiten nemen vijf uur in beslag. Zoals steeds bestaat een groot deel van deze tijd voor ons uit wachten. Koffie bij de hand, boek voor het grijpen en op gepaste tijden met al de paperassen naar het volgende loket.
Aan de Russische kant verwelkomen Leen en Lenie ons. Zij hebben vanwege autopech de reis door Mongolië niet kunnen maken en de afgelopen veertien dagen rond garage en het Baikalmeer vertoefd. Onze enthousiaste verhalen beklemtonen nog eens de door hen gemiste belevenissen.
We rijden 300 km naar de voor ons vertrouwde overnachtingsplek in Ulan Ude. De weg zit vol met hobbels, daardoor is de gastank van Jan losgeraakt en hangt deze nu half onder zijn camper …. Ook de auto van Herman en Tineke geeft problemen.

Eenmaal op de plaats van bestemming maakt Marijke mij attent op ons lege dak. Onze reserveband is weg! Het blauwe spanlint hangt slapjes naar beneden. We missen niet alleen onze reserveband maar ook alle reserve-onderdelen van de auto …. Wij hadden deze materialen van de garage in bruikleen gekregen en keurig in de hoes van de band verstopt.
Wij zijn stomverbaasd, hoe kun je een zware band verliezen zonder er iets van te merken. Nog vreemder wordt het als enkele reisgenoten vertellen een band in een greppel te hebben zien liggen. Er is door hen echter geen aandacht aan besteed omdat de zijkanten van de weg bezaaid liggen met autobanden. Leen heeft zelfs de plek op zijn gps vastgelegd, 87 km terug!
Via een smsje proberen we te achterhalen waar iedereen zit. We hebben pech, de fatale plek is door alle campers al gepasseerd. Als dit het ergste is wat ons kan overkomen hebben wij er vrede mee. Dan komt er een smsje van Bertus en Jansje: ”wij hebben jullie band in onze auto”. Marijke en ik krijgen het ter plekke koud. Dit kan toch niet.
Bertus en Jansje hebben op de bewuste plek een band zien liggen, zijn doorgereden en hebben naderhand gedacht: “het zal toch niet de band van de meiden zijn?”. Na 6 km zijn ze omgedraaid om te gaan kijken en …. hebben de band met onderdelen meegenomen. Onze dag kan niet meer stuk.

Woensdag 20 juni
Wij gaan al vroeg rijden. Herman en Tineke en Jan en Stini blijven achter om datgene wat stuk is aan hun auto’s te laten maken.

Na een lange rijdag houden we weer stil bij een vreselijke TIR-plaats. Marijke en ik willen hier niet staan. Gelukkig wil de eigenaar van de parkeerplaats ons ook geen onderdak geven. Twee Russische vrouwen beduiden ons dat zij wel iets beters weten en rijden ons voor naar een hotel in een dorp. Prima plek en omheind!
De camper van Herman en Tineke geeft grotere problemen dan aanvankelijk werd gedacht. Er zit een scheur in het chassis en dat moet worden gelast. De oplossing van dit probleem kost enkele dagen, tot zolang zullen zij in Ulan Ude blijven.
Wij zijn blij met een paar dagen rust …. 

Donderdag 21 en vrijdag 22 juni
We doen boodschappen in het plaatsje Baikalsk, bezoeken een internetcafé met een zeer trage verbinding, eten heerlijk in het restaurant van ons hotel en ruimen onze auto op. 

Zaterdag 23 juni
De camper van Herman en Tineke is gemaakt en de groep kan verder trekken. Het wordt een lange rijdag. Tot aan Tulun is de weg redelijk. We rijden met mooi avondlicht door het Siberisch landschap. De omgeving ziet er lieflijker uit dan op de heenweg; deels doordat de natuur verder is uitgekomen, deels doordat de ondergaande zon alles in een warm licht zet.
Na 12 uur rijden hebben we 520 km afgelegd. Te lange afstanden voor deze wegen. Vermoeid gaan wij slapen. 

Zondag 24 juni
Vandaag rijden we de modderetappe van de heenreis. We zijn nog niet vergeten hoe zwaar dit traject op de heenreis was en met gemengde gevoelens beginnen we de dag. Gelukkig is het droog weer, de zon schijnt en de natuur biedt ons eindeloze vlakten met veldbloemen.

De weg blijft pittig en vraagt opperste concentratie, maar schenkt ons de voldoening van de herhaling.

Zelfs onze, van de heenweg bekende TIR-plaats in Alzamy vertoont de vertrouwde wedijver in lawaai tussen de discomuziek en de op volle kracht draaiende koelcontainers. We worden ingebouwd door de bekende Japanse autootjes en vele Chinese autobussen die door chauffeurs naar de plek van bestemming worden gereden.
Van deze chauffeurs horen wij dat de Russen een nieuwe rondweg hebben gebouwd zodat de mensen die van Omsk naar Chelyabinsk rijden niet meer de omweg door Kazachstan hoeven te maken en men van alle tijdrovende grensactiviteiten verschoond blijft. Uiteraard zullen ook wij hier gebruik van maken. 

Maandag 25 juni
Na een geluidvolle nacht beginnen we aan onze etappe Alzamy – Kansk. We hebben een pittige route voor de boeg en hopen op een regenvrije dag. De temperatuur is 12 graden. Voor de zekerheid rijden we in colonne, handig als je elkaar nodig mocht hebben.

Onze vaardigheid in het nemen van de hobbels en bobbels neemt toe. De afwezigheid van modder is een verademing voor ons. We rijden door Tayshet, het verzamelpunt voor de treinen naar Irkoetsk en de Trans Siberië Express. Hier vieren wij de steeds uitgestelde verjaardag van Stini, zetten de klok een uur terug, eten iets en liggen om negen uur horizontaal, moe en uitgeteld. 

Dinsdag 26 juni
Opnieuw zijn we klaar voor een lange reisdag. We dachten na Kansk de meeste gaten en kuilen achter ons te hebben gelaten, het tegendeel is waar: er moet nog even hard worden gewerkt.
In de grote supermarkt in Krasnojarsk (heenweg veel verleidingen maar nog geen roebels) ga ik me te buiten aan het kopen van allerlei lekkernijen, die Marijke kreunend probeert weg te werken in onze kleine camper.
We lopen enkele dagen op ons programma achter doordat de geplande 500 km per dag niet haalbaar zijn en de autoproblemen van Tineke en Herman ook voor enige vertraging zorgden.
We willen geen van allen onderdelen van het reisprogramma laten vallen en leveren onze rustdag en reservedag in. Onze visa voor Rusland zijn toereikend om langer in Rusland te blijven, maar wij moeten tijdig thuis zijn voor de reis naar Syrië en Jordanië.
Met Stini, Jan, Henny en Ruud kijken wij de video over IJsland. Het is een schitterende rapportage over hun reis met de reisorganisatie Kangaroo. Wij gaan het op eigen houtje doen.
Met gerookte zalm, verse dille en avocado maken wij onze avondmaaltijd en liggen om halftien op bed. 

Woensdag 27 juni
Er staat vandaag een excursie gepland in Krasnojarsk.

Krasnojarsk is een van de belangrijkste Siberische steden. Het stadje is gelegen aan de twee kilometer brede rivier Enisej. Het is het centrum van de Russische atoomwetenschap en om die reden werd de stad van de buitenwereld afgesloten en hadden buitenlanders geen toegang tot de stad. Inmiddels is de stad opengesteld voor toeristen. Er zijn echter nog twee steden, Krasnojarsk 26 en Krasnojarsk 45, die tot voor kort op geen enkele kaart vermeld stonden en nu nog volkomen van de buitenwereld afgesloten zijn. Russische atoomwetenschappers doen hier in het grootste geheim nucleair onderzoek en experimenten. Bovengenoemde twee steden hebben een ondergronds gangenstelsel groter dan dat van de metro in Moskou.
We maken met een bus een stadstoer door de stad en krijgen in watervaltempo feiten en data over ons heen. Bij zoveel informatie is het onmogelijk je hoofd boven water te houden, laat staan er iets van op te steken.
De stad ziet er schoon en goed onderhouden uit. We zien prachtige koopmanshuizen en veel prestigieuse bouwwerken die door wanbeheer en geldgebrek de eindfase niet hebben bereikt en als storend element de skyline verzieken.
De stad is verstikt door vervuilende auto’s die tergend langzaam opschieten, en een stadstoer in dit tempo halveert de bezienswaardigheden.
Met veel moeite bereiken we de op een heuvel staande Paraskeva-kapel, van daaruit hebben we een schitterend uitzicht over de stad. Deze kapel staat ook op het 10 roebelbiljet dat wij op de heenweg van enkele jongens hebben gekregen.
We bezoeken de krachtcentrale van Dvnogorsk. Deze centrale voorziet vanaf 1967 een groot deel van Siberië van elektriciteit. Het is de een na grootste krachtcentrale van Rusland.

Het stuwmeer en de dam zijn indrukwekkend. De dam wordt goed bewaakt. Als de dam zou springen zou de miljoenenstad Krasnajorsk geheel onder water verdwijnen.
Aan het einde van de middag keren we weer terug naar onze TIR-plek. De maaltijd in het chauffeurscafé laten we achterwege gezien de slechte ervaringen van de heenweg. Bovendien is de kantine bevolkt met hoertjes die op de grote vrachtwagenparkeerplaats proberen hun klandizie daar op te pakken in plaats van langs de weg.
Wij gaan naar de camper voor een bord goulashsoep met oud brood. 

Donderdag 28 juni
We zitten om 8 uur in de auto. Er moet vandaag 500 km worden gereden. Het weer is zonnig, de weg is goed, wij en het busje hebben er zin in. 

                  

Om 4 uur ‘s middags zitten we op de voor ons bekende plek op de weg van Mariinsk naar Kemerovo. De anderen moeten nog komen, zij hebben geen snelle Volkswagenbus ….
We worden begroet door drie man bewaking. Met handen en voeten proberen wij hem  duidelijk te maken dat wij hier willen overnachten en vijf campers in aantocht zijn. Het duurt lang voordat het kwartje valt.
Onze behoefte aan een douche bewandelt een snellere weg. Met ons wasje duiken we de saunaruimte in. We komen er schoon en gewassen uit.
We maken voor twee dagen een pan macaroni, raspen twee komkommers en met een glas wijn erbij hebben wij een goede maaltijd.
Onze resterende tijd besteden we aan het bijwerken van verslag en foto’s. 

Vrijdag 29 juni
We zijn op weg naar “onze” jachthaven in Novosibirsk. Vanaf Mongolië tot aan Novosibirsk hebben we dezelfde weg gereden als heen omdat er geen andere wegen zijn. Voor ons een beetje saai. Maar vanaf nu komen er weer nieuwe uitdagingen. 

Zaterdag 30 juni
We hebben vandaag een stadstoer in Novosibirsk. Gelukkig regent het!

Onze gids van vandaag is een jonge man van rond de twintig. Hij heeft gestudeerd, is in Londen geweest en behoort tot de jongere generatie Russen. In zijn hele houding, gedrag en praten is de communistische opvoeding aan alle kanten merkbaar. Hij steekt zijn verhaal af met feiten en data zonder enige betrokkenheid, dult geen inspraak, raakt geïrriteerd als iemand tien meter voorop loopt. Als ik iets eerder bij een stoplicht ben dan de rest, fluit hij mij terug. Ik dacht omdat hij iets aan de groep wilde vertellen. Ik loop terug naar de groep. Als ik aangekomen ben zet hij zich in beweging om vervolgens te stoppen bij het stoplicht waar ik even tevoren ook al stond. Zo leer je een ongehoorzame toerist luisteren.
Onze jonge gids zet Lenin op een voetstuk, waarop hij overigens al stond, en prijst al zijn goede daden voor het volk. Ondertussen gedraagt hij zich tegenover ons als een dictatortje. Ik heb nu al medelijden met de vrouw die ooit met hem zal trouwen.
Van de weeromstuit hebben wij niet geluisterd naar al zijn voorgeprogrammeerde verhalen.
De trots van Novosibirsk, het ronde operagebouw met grote beelden van het volk en Lenin zijn samen met het gerestaureerde witte kapelletje blijven hangen.
Rond vier uur gaan we naar het spoorwegmuseum. Zoals overal in Siberië draait alles om de Trans-Siberië Express. We zien gigantische sneeuwschuivers die de Trans-Siberische spoorlijn sneeuwvrij moeten houden, Rode Kruis treinen met een operatiekamer gebruikt tijdens de tweede wereldoorlog, luxe wagons voor commandanten en hoge officieren en gewone treinen uit allerlei jaren waarin goed de veranderingen in het reizen te zien zijn.

Daarnaast was er voor de liefhebbers onder ons een keur aan oude auto’s.
Als we aan het einde van de middag voor onze camper onze aperitief nemen constateren wij dat het spoorwegmuseum de meeste indruk op ons heeft gemaakt. 

Zondag 1 juli
We hebben een achterstand van twee dagen en omdat we liever niet nog meer vrije dagen inwisselen, zullen we iets meer kilometers moeten rijden en iets aan het programma schuiven. Flexibel als we zijn kost ons dat geen moeite!

We genieten van de weelderige, kleurrijke bermbegroeiing. Eindeloze moerassen waarin witte afgeknakte berkenstammen in drommen bijeenstaan, alsof ze alleen op die manier weerstand aan het natte water kunnen bieden, maar daardoor heel bepalend voor het landschap zijn.
Als we 200 km gereden hebben, wordt er bij een TIR-plaats gestopt met de bedoeling hier te overnachten. De twee vuurtjes op de parkeerplaats lokken uitnodigend en doet ons verlangen naar een lekkere sjasliek. Uit de stank wordt ons al snel duidelijk dat het niet om sjasliek maar om autobanden gaat. En gezien de hoeveelheid autobanden in deze streek zal het vuur wel de hele nacht blijven branden. Verder dus.
We spreken af 100 km te rijden en dan te kijken naar een nieuwe overnachtingsplek. We rijden in totaal nog 250 km voordat we een motel met overnachtingsplek vinden. Inmiddels zijn we Omsk al genaderd. Het is aanvankelijk de bedoeling om hier een dag te blijven maar gezien onze achterstand wordt Omsk geschrapt.
We hebben er een lange rijdag (580 km) opzitten en zullen helaas het nachtleven aan ons voorbij laten gaan. 

Maandag 2 juli
We gaan op weg naar Tyumen. Maar daarvoor moeten we eerst door Omsk. We besluiten om achter Ruud en Henny aan te rijden. Als Ruud rechtdoor gaat, twijfelen wij of dit wel de goede weg is. Kijkend in de achteruitkijkspiegel zie ik de rest van de groep rechtsaf slaan. We kunnen niet overleggen want ons 27mc bakje doet het niet. In een seconde beslissen we om achter de groep aan te gaan. En dan begint onze dolle rit door de stad.
We keren op een weg waar het niet mag en gaan vol gas achter de groep aan. Gelukkig heeft Jan een hoge camper die we nog op verre afstand kunnen zien. We racen door de drukke stad, links en rechts passerend zoals we dat de Russen hebben zien doen (we leren snel), en rijden nog net door het stoplicht als het al rood is. Marijke doet verslag of en waar de groep is. Als wij hen in deze drukke stad kwijt raken hebben we een probleem. We doen er alles aan om ze in te halen en het enige wat ontbreekt aan onze auto is een zwaailicht met loeiende sirene. Het hoge tempo hebben we zelf al ontwikkeld. Geconcentreerd zetten we de achtervolging in. Als we eindelijk achter de laatste camper hangen neem ik gas terug. We kijken elkaar voldaan aan, we zitten achter de groep en hebben geen bekeuringen gekregen.
Eenmaal uit de stad gaan we in ons eigen tempo verder. Als we na een tijdje Ruud voor ons zien rijden is duidelijk dat hij de rondweg om de stad gevonden heeft. We hebben de verkeerde campers gevolgd…. Maar ja, ze waren met velen.
Na 502 km overnachten we op een parkeerplaats aan de grote weg, 70 km voorbij Ishim. Het is prachtig weer. We kunnen echter niet buiten zitten vanwege een invasie vliegen en muggen. Iedereen wordt gek van deze hoeveelheid beestjes en we vluchten naar binnen. 

Dinsdag 3 juli
De vele rijdagen zonder rustdagen begint ons op te breken. We zijn moe. Ondanks uitputting zijn we om 8 uur op weg naar Yekaterinburg. We rijden Siberië uit en de Oeral in.
Onderweg doen we bij een Metro boodschappen.

Ik kan de heerlijke lamskoteletten niet laten liggen, ook al moeten we er drie dagen van eten want de Metro doet niet aan kleine verpakkingen.
Rond 6 uur en met 500 gereden kilometers op de teller komen we bij een prachtig hotel in een bosrijke omgeving. Eindelijk eens een mooie plek om drie dagen te blijven. Het hotelpersoneel loopt uit om deze invasie op hun parkeerterrein van dichtbij te volgen. We installeren ons, laten de was in het hotel doen en geven onze auto een kleine schoonmaakbeurt.

We bereiden ons voor op het bezoek aan Yekaterinburg. Na een heerlijke maaltijd zoeken we voor ons doen laat ons bed op.
Ons Siberië-avontuur is ten einde.

Naar verslag Rusland terug